VNG Magazine nummer 5, 1 april 2022

Tekst: Leo Mudde | Beeld: Erald van der Aa

Robbert Lievense is voorzitter van de VNG-commissie Raadsleden en Griffiers, een opvallend onderdeel van het bestuurdersbolwerk VNG. Hoe kijkt hij aan tegen zijn rol en het functioneren van gemeenteraden?
 

Robbert Lievense

Tegen het eind van het gesprek zegt Robbert Lievense, als belangrijkste tip voor nieuwe raadsleden: ‘Ga ervan genieten. En vooral: blijf je verbazen, laat je niet opslokken door de grote dossiers en het gemeentehuis, maar neem je moment om een keer in de week naar de mensen toe te gaan, ga naar buiten om te zien wat daar gebeurt en blijf je daarover verbazen.’
Lievense weet waar hij over praat. Hij is al sinds 2005 raadslid namens Leefbaar Schouwen-Duiveland, in die gemeente veruit de grootste partij met 6 van de 23 zetels. Daarnaast is hij alweer zeven jaar actief voor de VNG-commissie Raadsleden en Griffiers, waarvan de laatste vier jaar, sinds de commissie een formele status kreeg, als voorzitter. Daarmee zit hij ook in het VNG-bestuur, net als alle andere commissievoorzitters.

Om met de deur in huis te vallen: hoe serieus worden raadsleden binnen de VNG genomen?
‘Als raadsleden stapten we een meer dan honderd jaar oud bestuurdersbolwerk binnen. Het kan dan niet in heel korte tijd “normaal” zijn dat volksvertegenwoordigers daar een rol in hebben. Die verwachting had ik ook nooit, maar we hebben wel mooie slagen gemaakt. De bestuurders, zoals ik de burgemeesters en wethouders gemakshalve maar noem, hebben natuurlijk een voorsprong dus het is een ongelijk speelveld. Net als in de lokale politiek eigenlijk.’

Wat we niet wilden, was een soort supergemeenteraadje spelen

Dat is toch niet zo erg, je hoeft het werk van die bestuurders toch niet over te doen?
‘Dat klopt, het was ook erg zoeken naar onze rol en onze bevoegdheden. Wat we vooral niet wilden, was een soort supergemeenteraadje spelen. We moeten ons ook niet bemoeien met de beleidsinhoudelijke commissies. Wat niet wil zeggen dat raadsleden daar geen zinvolle bijdrage aan kunnen leveren. Ik kan vanuit mijn eigen ervaring ook iets meegeven, of als ambtenaar want dat ben ik ook in een andere gemeente dan Schouwen-Duiveland.’

Cijfer je jezelf daarmee niet weg?
‘Het rare is dat ik het eigenlijk steeds kleiner ben gaan maken. In het begin begonnen we heel breed met die zoektocht naar onze rol. Maar uiteindelijk is het toch het makkelijkst als je terugvalt op concrete voorbeelden waar je in je praktijk als raadslid mee te maken krijgt. Laatst was ik bij een Raad op Zaterdag-bijeenkomst (zie ook Tools voor raadsleden) over digitalisering. Ik zei toen: “We hebben allemaal de beste bedoelingen en op papier is alles geregeld, maar wie van de mensen die hier aan tafel zit heeft ooit een bijstandsuitkering aangevraagd?” Je zag de verwarring. Een van de deelnemers, iemand van de raadsledenvereniging, zei: “Maar daar gaan wij toch helemaal niet over?” Maar als wij er niet over gaan, wie dan wel?’

Een landelijk thema waar raadsleden erg mee te maken hadden, was de digitale besluitvorming. Fysieke vergaderingen waren door corona een tijd lang niet mogelijk.
‘Het mogelijk maken van digitaal vergaderen en digitaal besluiten nemen, dat kwam echt uit onze koker. Daar hebben we als commissie samen met de Vereniging van Griffiers en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden keihard aan getrokken. De tijdelijke wet was ook snel door de Tweede Kamer. Daar hebben we vanuit de VNG alle ondersteuning voor gehad.’

In gemeenten moeten raadsleden soms hard vechten voor hun ondersteuning. Hoe is dat bij de VNG?
‘Daar speelt dit ook. Raadsleden vragen niet zo snel om hulp, we zijn te bescheiden. We zijn ook niet gewend om kabinetsstukken te lezen, dit is een totaal andere wereld dan die van de gemeente. Maar in die mega-organisatie die VNG heet moeten we wel proberen de goede punten op de bureaus van een minister of een Kamerlid te krijgen. Dan is het niet gek dat je om ondersteuning van het bureau vraagt. We hebben het met Jan van Zanen, de voorzitter van de VNG en ook met Theo Weterings, de voorzitter van de commissie Bestuur en Veiligheid waar we in de coronacrisis veel mee te maken hadden, goed getroffen. Zij trekken ons wel aan boord als we ergens in de besluitvorming worden vergeten.’

Raadsleden vragen niet zo snel om hulp, we zijn te bescheiden

Maar het zal niet makkelijk zijn. Raadsleden vormen een lekenbestuur. Je hebt een baan, je raadswerk en dan ook nog het werk voor de VNG…
‘Voor de bestuurders is het wel allemaal goed geregeld. De meesten komen met een auto met chauffeur. Vind ik prima hoor, ik hoef geen chauffeur, voor ons is keurig een parkeerplek gereserveerd. En zij hebben een salaris, wij een raadsvergoeding waarmee je lokaal vrije tijd moet kopen. Dat wil ik geregeld hebben voor ik het stokje als commissievoorzitter overdraag: een vacatievergoeding voor de VNG-vergaderingen. Je hoeft er niet aan te verdienen, maar het mag je zeker geen geld kosten. Raadsleden moeten het nu allemaal doen van hun raadsvergoeding, maar die hoor ik op Schouwen-Duiveland te gebruiken, niet in Den Haag.’

De schamele vergoeding werd tot voor kort nog genoemd als reden waarom maar weinig mensen raadslid wilden worden, naast de werkdruk en de drek die je op sociale media over je heen krijgt. Klopt dat beeld?
‘Als je raadslid wordt, weet je dat je tegenspraak krijgt. Dat is ook de bedoeling. Het kan inderdaad stevige vormen aannemen en als mensen over de schreef gaan, wordt dat doorgaans goed aangepakt. Veel belangijker vind ik de vraag: waar willen we naartoe met onze volksvertegenwoordigers? Het werk is niet meer bij te houden. Raadsleden moeten te veel keuzes maken, wat pakken ze op en wat niet. Een raad is collectief verantwoordelijk voor goede besluitvorming. Bij mij in de raad zit iemand die heel veel weet van het sociaal domein. Niet van mijn partij, maar ik luister wel als eerste naar hem en vraag hem ook dingen. Je moet elkaar de ruimte ook gunnen. Ik ben ook wel voor het werken met rapporteurs, de methode-Duisenberg. Die houdt in dat een of meer rapporteurs uit de raad worden aangewezen om een bepaald onderwerp voor te bereiden en vragen te inventariseren die namens de gehele raad worden gesteld aan het college. Dat versterkt de controlerende rol van de raad doordat naar het hele beleid wordt gekeken, in plaats van naar incidenten.’

Moet het raadslidmaatschap, als het werk zo complex en omvangrijk is geworden, niet gewoon een baan worden?
‘Daar zijn al veel rapporten over geschreven: moet het een lekenbestuur blijven of gaan we meer professionaliseren? En steeds is de conclusie dat het een lekenbestuur moet blijven. Maar als je daarvoor kiest, dan moet je ook kijken naar wat je nog meer over de schutting wilt gooien. Ergens is er een einde aan de kennis en kunde van raadsleden. Toen ik net in de raad kwam, kreeg ik te horen dat ik niet naar de begroting van een gemeenschappelijke regeling hoefde te kijken, omdat die te groot en onbegrijpelijk was. Dat zat gewoon ingebakken in de cultuur. Als we nog verdergaan met decentraliseren, gaan mensen stukken niet meer lezen.
‘Natuurlijk is dat ook een reden waarom mensen afhaken. Daarom zou je de discussie aan de voorkant moeten voeren: waar gaat de gemeente wel over en waar gaat ze niet over? Daarmee houd je het werk aantrekkelijk. Als de uitkomst van de discussie is dat het raadslidmaatschap een fulltime functie zou moeten zijn, dan moeten de raden misschien kleiner worden.’

Wie is...

Robbert Lievense is fractievoorzitter van Leefbaar Schouwen-Duiveland. Sinds 2018 is hij voorzitter van de VNG-commissie Raadsleden en Griffiers. In het dagelijks leven is hij bestuursadviseur van het college van B en W van Noord-Beveland.