Wob: burger betaalt niet voor de informatie, wèl voor gemeentelijke dienstverlening

1Inleiding en VNG-advies

Op 28 april 2010 bepaalde de rechtbank ‘s-Gravenhage in een uitspraak dat er geen leges in rekening mogen worden gebracht voor het indienen van een inzageverzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Onderzoeksjournalist Brenno de Winter had beroep aangetekend tegen een besluit van de gemeente Kaag en Braassem, dat voorzag in het in rekening brengen van kopieerkosten en leges voor het in behandeling nemen van het Wob-verzoek.


De Winter vroeg in 2009 bij een groot aantal Nederlandse gemeenten informatie op over het gebruik van zogenoemde “open source software”. Dertig gemeenten brachten De Winter daarvoor leges in rekening, waar hij niet mee akkoord ging. De Winter besloot vervolgens beroep in te stellen tegen het besluit van de gemeente Kaag en Braassem.


De rechtbank in Den Haag oordeelt nu dat een informatieverzoek op grond van de Wob niet kan worden beschouwd als een geleverde dienst op grond van artikel 229 Gemeentewet. Wie een Wob-verzoek indient handelt volgens de rechtbank namelijk in het algemene belang van de openbaarheid van informatie, en in dit geval de openbaarheid van informatie over de uitoefening van het gemeentelijke ICT-beleid. De inzageverzoeker handelt volgens de rechtbank niet primair namens zichzelf.


Omdat het belang voor gemeenten zich voor wat betreft het heffen van leges zich uitstrekt tot een veel breder terrein dan alleen de Wob adviseren wij gemeenten in hoger beroep te gaan tegen deze uitspraak. Het mag duidelijk zijn dat de uitspraak, indien deze niet wordt aangevochten, gevolgen kan hebben voor de kosten die op basis van artikel 229 Gemeentewet en de vigerende legesverordening voor een Wob-verzoek in rekening worden gebracht.

 

De VNG beraadt zich op nadere stappen en adviseert gemeenten, vooruitlopend op een eventueel hoger beroep, leges in rekening te blijven brengen. De autonome beslissingsruimte van de gemeente, die voortvloeit uit de Grondwet en de Gemeentewet, is namelijk in het geding. De Rechtbank ’s-Gravenhage heeft geen inhoudelijk argument gebruikt om de nu bestaande, in onze visie juridisch correcte, handelwijze te weerleggen. Men is slechts van mening dat het hier gaat om een algemeen belang. Daarmee wordt de autonome beslissingruimte van lokale bestuursorganen met één pennenstreek terzijde geschoven, zonder dat inhoudelijk wordt ingegaan op de argumenten waarom.


2. Juridische achtergrond

De VNG acht de uitspraak van de rechtbank zeer discutabel. In het verleden is een lagere rechter ook al eens tot de conclusie gekomen dat andere leges niet geheven konden worden. Dit op basis van eenzelfde redenering: er is geen sprake van een "dienst" omdat het algemeen belang voorop staat. Die uitspraak is in hoger beroep teruggedraaid. De VNG vraagt zich af waarin een Wob-verzoek afwijkt van een regulier verzoek tot het opzoeken en vermenigvuldigen van documenten uit het gemeentelijk archief. Voor het laatste is het al jarenlang geaccepteerde praktijk dat hiervoor leges in rekening worden gebracht.


Daarnaast betekent volgens ons “openbaar” niet “gratis toegankelijk”. Een gemeente vraagt geen geld voor de informatie, maar een gemeente doet inspanningen om de informatie te leveren: daarvoor dient een vergoeding te worden betaald. Het leveren van informatie uit documenten kan bewerkelijk zijn omdat, bijvoorbeeld, de informatie eerst moet worden geselecteerd.

 

Niet alleen is de uitspraak in strijd met de lijn die uit eerdere jurisprudentie blijkt, voor wat betreft de Wob wordt tevens voorbij gegaan aan het standpunt van de staatssecretaris van BZK over het in rekening brengen van kosten voor Wob-verzoeken.
De staatssecretaris oordeelde eerder op basis van vragen uit de Tweede Kamer dat 

 

'gemeenten, provincies en waterschappen op grond van de Wob wel zelf een regeling kunnen vaststellen ter uitvoering van de wet. Daarbij schrijft de wet uitsluitend voor dat de regeling door het bestuur dient te worden vastgesteld. Dit betekent dat sprake dient te zijn van een verordening. Voor het overige worden door de wet geen voorwaarden of maxima aan de regeling gesteld. Het is aan provincies, gemeenten en waterschappen zelf om op dit punt vorm en inhoud aan de verordening te geven. In de verordening kan ook worden bepaald welke kosten in rekening kunnen worden gebracht bij het verstrekken van informatie op verzoek en op welke wijze dit gebeurt. Zoals reeds in het voorgaande antwoord is aangegeven, staat het de gemeenten vrij om zelf een verordening vast te stellen inzake de kosten die bij een verzoek op grond van de Wob in rekening kunnen worden gebracht. Het is dus aan de gemeenten om op dit punt vorm en inhoud aan het beleid te geven. Dit betekent ook dat de kaderstellende en controlerende bevoegdheden op dit punt aan de gemeenteraad toekomen. Het Rijk heeft daarover geen zeggenschap. Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling van de Wob dat winst wordt gemaakt met de kosten die bij een verzoek in rekening worden gebracht. Het is echter aan de gemeenteraad een oordeel over het beleid van de gemeente uit te spreken en bij eventuele misstanden op te treden.'

 

Ook in recente Wob-jurisprudentie is deze lijn uitvoerig uiteen gezet. De Rechtbank Rotterdam oordeelde bijvoorbeeld in een uitspraak van 3 september 2008 het volgende:

 

'Ten aanzien van de in rekening gebrachte leges overweegt de rechtbank dat de basis hiervoor is gelegen in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet . Verweerder heeft dit - ten tijde in geding - uitgewerkt in de Legesverordening 2007. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op basis hiervan op goede gronden leges in rekening kunnen brengen in verband met de kosten die verbonden zijn aan het verstrekken van de door eiser in het kader van de Wob gevraagde documenten, te weten kopieerkosten en kosten voor het vervaardigen van een beschikking op eisers aanvraag (Wob-verzoek). De rechtbank kan niet inzien waarom het in rekening brengen van leges een beperking zou opleveren van een door verweerder jegens burgers na te leven grondrecht. De Wob vloeit voort uit artikel 110 van de Grondwet , waarin is bepaald dat de overheid bij de uitvoering van haar taak openbaarheid betracht, volgens regels bij de wet te stellen. Deze openbaarheid is niet in geding door het vragen van leges die een formeel-wettelijke grondslag hebben'.

 

Handreiking en stappenplan
Op de website van de VNG houden wij gemeenten op de hoogte van actuele ontwikkelingen. Ook raden wij onze leden aan de handreiking over de Wob te raadplegen. Deze treft u aan via onderstaande link:
 

 

 

  • VNG Postbus 30435 2500 GK Den Haag
  • 070-373 83 93