(Verhaal 1)
Geen stad, geen dorp, geen wijk zonder het onlosmakelijke vertrouwde silhouet van een kerk. Maar de topografische kaart van kerkgebouwen in Nederland toont steeds meer littekens door leegstand, verval en sloop. Tik een naam van een bedreigde kerk in op Google en tien tegen één dat je een actiecomité tegenkomt waarin bewoners zij aan zij, kerkelijk of niet-kerkelijk, strijden voor een tweede leven van hún kerken. Het jaar 2008 is het Jaar van het Religieus Erfgoed. Een uitgelezen kans voor de (lokale) overheden, vinden de organisatoren. Geld is welkom, maar het gaat nog meer om soepel, creatief en proactief beleid, gestoeld op behoud en herbestemming.
Het beeld is steeds hetzelfde. Noodlijdende kerkbesturen die willen cashen, achterstallig onderhoud, leegstand, verval en dan verkoop, in vele gevallen gevolgd door sloop. Dilemma’s voor gemeentebesturen. Wat telt het meest: de eigen monumentenlijsten, stadsvernieuwing, woningbouw, gemeenschapsvoorzieningen? Dreigen er claims van projectontwikkelaars?
Neem de Don Boscokerk in de Alkmaarse (‘Vogelaar’)wijk Overdie. Een van de weinige stolpboerderijkerken in ons land. Sneuvelde in augustus 2007 voor stadsvernieuwing. Acties mochten niet baten.
Elders gaat de strijd nog door. De neogotische St. Josephkerk in Dongen is bijna uitgegroeid tot icoon. Al in 1999 op de nominatie voor sloop, sinds 2002 op de gemeentelijke monumentenlijst, maar nu alsnog bedreigd met sloop door dezelfde gemeente die de kerk op de monumentenlijst zette, maar nu eigenaar is. De Zuid-Oosterkerk in Haarlem (Amsterdamse School), de neogotische Heilige Hartkerk in Breda, de Pius X kerk (wederopbouw) in Slotervaart - zo zijn er nog veel meer te noemen, waar burgergroepen maar ook gemeenten driftig zoeken naar oplossingen.
Task Force
‘Ik maak me niet zoveel zorgen over kanjers als een Grote Kerk in Breda of de Sint Jan in ’s-Hertogenbosch. Hoewel daar de financiering van restauratie en onderhoud speelt, denkt men echt niet over sloop. Het gaat mij om die duizenden andere, vogelvrije kerken die verdwijnen in de secularisatiekloof’, zegt voorzitter Frank Petter, burgemeester van Woudrichem en voorzitter van de in 2006 opgerichte Task Force Toekomst Kerkgebouwen. Dit ‘landelijk opererend burgerinitiatief’ zet zich belangeloos en ongebonden in voor de redding van kerkgebouwen. Zij vraagt de aandacht van maatschappij, bestuur en politiek, draagt creatieve oplossingen en informatie aan, lobbyt en geeft steun en expertise aan lokale groepen en instellingen. Daarvoor is in december de site toekomstkerkgebouwen.nl gelanceerd.
Petter: ‘Gemeenten willen zich vaak niet committeren aan afgestoten kerkgebouwen, vanwege de scheiding van kerk en staat, maar natuurlijk ook omdat het te kostbaar is. Maar je kunt toch niet zomaar besluiten: daar gaan we niet over, gooi maar plat. Een kerk heeft niet alleen een religieuze, maar ook een culturele, architectonische, monumentale, historische en sociologische waarde. Het is de verbinding met de gemeenschap eromheen, het hart en de ziel van dorp en wijk.’
Draagkracht
Bij minister Plasterk van OCW ligt inmiddels een voorstel van de Task Force voor een deltaplan voor de toekomst van kerkgebouwen. Petter vindt dat lokale bestuurders meer moeten inspringen op de groeiende draagkracht onder de bevolking. ‘Vanuit gemeenten worden de kerken vaak eerder als last dan als lust gezien. Als burgemeester van een gemeente met honderd rijksmonumenten weet ik maar al te goed wat een enorme opgave het is de gebouwen in stand te houden. Daar heb je gewoon niet de middelen voor. Maar ik wil gemeenten prikkelen om te bedenken wat ze wél kunnen doen.’
Dat is om te beginnen een inventarisatie en registratie. Gemeenten moeten in een vroeg stadium – want iedereen loopt nu achter de feiten aan - met kerkbesturen gaan praten over toekomstperspectieven. ‘Ze kunnen het behoud meepakken in de strijd tegen de verloedering van de openbare ruimte. Want een kerk is publieke ruimte geworden, de samenleving is de kerk binnengekomen. We moeten kerkgebouwen weer zien als kans voor de samenleving, voor wijken en dorpen. We moeten af van dat beperkende probleemdenken. Een aantal gemeenten, waaronder Utrecht, Maastricht en Bergen op Zoom is met dat denken in kansen al goed bezig.’
Maar al te gauw nemen projectontwikkelaars het voortouw, aldus Petter. ‘Kerken staan vaak op A-locaties. Dan is het ook voor kerkbesturen aantrekkelijk ze te gelde te maken. Vanuit hun gezichtspunt wellicht begrijpelijk, maar de gemeente heeft een andere insteek.’
Ze hoeft niet de eerste viool te spelen, vindt hij, maar kan wel vanuit het maatschappelijk belang bemiddelen tussen kerkbestuur en projectontwikkelaar en faciliteren. De projectontwikkelaar of woningcorporatie zijn geen natuurlijke vijanden, de Task Force heeft Bouwend Nederland gevraagd om een gesprek onder andere over economische mogelijkheden voor lege kerkgebouwen. Het denken in ‘kerken als kans’ moet overal gemeengoed worden, vindt Petter.
VBMK
‘Kerken zijn onderdeel van de cultuur van een land. Daarom lopen we toch in het buitenland ook kerken binnen.’ Michiel Zonnevylle, burgemeester van Leiderdorp en voorzitter van de VBMK, de Vereniging van Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen, pleit ook voor registratie en proactief beleid, vergelijkbaar met dat voor bijvoorbeeld de revitalisering van bedrijventerreinen en industrieel erfgoed. ‘Trek dat door naar het religieus erfgoed. Zonder er meteen geld in te hoeven steken. Ja, er gáát te weinig geld naar kerkelijke monumenten, dat constateer ik ook als burgemeester. Maar dat geldt voor álle monumenten.’
De VBMK zet zich in voor monumentale kerkgebouwen waarin uitsluitend gekerkt wordt, voor kerkgebouwen waarin kerkdiensten gecombineerd worden met andere voorzieningen of evenementen en voor kerken die in hun geheel een multifunctionele bestemming hebben gekregen. De vereniging werkt nauw samen met andere monumentenorganisaties en overlegt regelmatig met onder andere de VNG. Ze wil als overkoepeling de aangesloten kerkbeheerders helpen bij de problemen die om de hoek komen kijken bij multifunctioneel gebruik.
‘Je moet stoken, om te zorgen dat het publiek het bijvoorbeeld bij een concert warm genoeg heeft. Maar wat heeft dat voor consequenties voor een orgel? En hoe regel je alles eromheen, de toiletten, de garderobe? Zijn er genoeg parkeermogelijkheden, is er geluidsoverlast, staat het bestemmingsplan dit toe? Hoe zit het met de drank- en horcecavergunning? Op zo’n moment komt de gemeente dus duidelijk om de hoek kijken.’
Door Inge Crul
Lees ook: