Vragen en antwoorden Wegenwet / Openbaarheid van wegen

01. Begrip ‘weg’
 Wat moet worden verstaan onder het begrip ‘weg’?

De Wegenwet geeft geen definitie van begrip ‘weg’. Aangesloten kan worden bij de definitie uit de Wegenverkeerswet 1994: ‘alle voor het openbaar verkeer opstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten’.

Hiertoe behoren ook trottoirs, voetpaden, voetgangersgebieden, rijwielpaden en parkeerplaatsen/-terreinen.


02. Begrip ‘openbare weg’
 Wat moet worden verstaan onder een ‘openbare weg’?

Onderscheid moet worden gemaakt tussen ‘feitelijke’ en ‘juridische’ openbaarheid van een weg. Van feitelijke openbaarheid van een weg is sprake, wanneer die weg vrij voor een ieder toegankelijk is. In dat geval is de Wegenverkeerswetgeving hierop van toepassing.

Van juridische openbaarheid van een weg is sprake, wanneer die weg openbaar is in de zin van de Wegenwet. Iedereen heeft het recht om van die weg gebruik te maken, niet slechts met toestemming van / bij gedogen door de eigenaar.


03. Openbaarheid 
Wanneer is een weg openbaar in de zin van de Wegenwet?

Een weg wordt openbaar in de zin van de Wegenwet door:

a. verjaring: 30 jaar feitelijk voor iedereen toegankelijk geweest óf 10 jaar feitelijk voor iedereen toegankelijk + onderhoud door gemeente of andere overheid;

b. bestemming door de rechthebbende (zie art. 4 Wegenwet).

Alle wegen die op de wegenlegger staan worden geacht openbaar te zijn, tenzij bewezen wordt dat de weg niet meer openbaar is (art. 49 Wegenwet).


04. Verjaringstermijn
 Vanaf wanneer kan de verjaringstermijn beginnen te lopen?

De verjaringstermijn kan op zijn vroegst 30 resp. 10 jaar voor de inwerkingtreding van de Wegenwet (1-10-1932) begonnen zijn, dus op zijn vroegst vanaf 1-10-1902.

De verjaringstermijn kan ook gedeeltelijk voor én gedeeltelijk na inwerkingtreding óf geheel na inwerkingtreding van de Wegenwet liggen. Verjaring kan door een rechthebbende worden voorkomen door het plaatsen van bordjes ‘eigen weg’, ‘particuliere weg’ e.d.


05. Bestemming 
Kan een rechthebbende zelfstandig aan een weg de bestemming openbare weg geven?

Nee, ogv. art. 5 Wegenwet moet de gemeenteraad hiermee instemmen. Dit kan bijv. door middel van het vaststellen van een bestemingsplan, maar ook door middel van een apart raadsbesluit.

Wanneer gemeente zelf rechthebbende is van de weg, volstaat één besluit, doorgaans het vaststellen van een bestemmingsplan.


06. Beëindigen openbaarheid 
Hoe kan de openbaarheid van een weg worden beëindigd?

Door verjaring (30 jaar feitelijk niet toegankelijk geweest voor een ieder) of door onttrekking aan de openbaarheid door het bevoegd gezag (gemeente of andere overheid). Zie art. 7 Wegenwet. Voor de gemeente is de gemeenteraad het bevoegd gezag (art. 9 Wegenwet). Ook in kader van dualisering blijft de gemeenteraad bevoegd, omdat het gaat om het wijzigen van een bestemming vergelijkbaar met een wijziging van een bestemmingsplan.

De Voorzitter van de Raad van State heeft in zijn uitspraak van 28 sept. 2006 (zaaknummer: 200605605/1 en 200605605/2) bepaald dat de gemeenteraad deze bevoegdheid op grond van artikel 156 Gemeentewet kan delegeren aan het college van B&W. De Voorzitter oordeelt dat de aard van deze bevoegdheid zich niet verzet tegen delegatie aan het college.


07. Onttrekking + belangenafweging
Welke belangen moeten worden afgewogen bij het al dan niet onttrekken aan de openbaarheid van een weg?

Ogv. bestaande jurisprudentie moeten de volgende belangen worden afgewogen:

  • er moeten dringende redenen aanwezig zijn om tot onttrekking aan de openbaarheid te besluiten èn
  • het algemeen belang moet zich er niet tegen verzetten / belangen van derden moeten niet te zeer worden geschaad.

08. Tijdelijke onttrekking
 Het college wil een pad tijdelijk aan de openbaarheid onttrekken. Moet de gemeente daarvoor de hele procedure volgen of kan er gekozen worden vooreen tijdelijke regeling (voor 1 2 jaar)?

Wat zijn de voor- en nadelen van een eventuele tijdelijke regeling?

De Wegenwet kent geen tijdelijke onttrekking. Daarom moet de normale onttrekkingprocedure worden gevolgd.

09. Kleine / gedeeltelijke wegonttrekking
Moet de gehele procedure doorlopen worden in het geval van een wegomlegging waarbij een klein gedeelte van de oorspronkelijke weg wordt bebouwd?
Ja, omdat betreffende gedeelte een andere bestemming krijgt.

10. Onttrekking of verkeersbesluit/-maatregel
Als een weg moet worden opgeheven/afgesloten, moet of kan deze weg dan worden onttrokken aan de openbaarheid?

Of kan ook worden volstaan met een verkeersbesluit / verkeersmaatregel ogv. de Wegenverkeerswet 1994?

Wanneer de weg geheel of gedeeltelijk wordt opgeheven, dan moet deze weg of een gedeelte daarvan aan de openbaarheid worden onttrokken op grond van de Wegenwet.

Wanneer het gaat om een tijdelijk afsluiting van weg ivm. wegwerkzaamheden oid. dan volstaat een verkeersmaatregel (max. 4 maanden) of een verkeersbesluit.


11. Voorschriften aan onttrekkingsbesluit
Is het mogelijk om aan een onttrekkingsbesluit ex art. 9 Wegenwet voorschriften te verbinden?

Bijv. dat het besluit gekoppeld wordt aan het moment dat de bouwvergunning onherroepelijk is geworden of dat het besluit gekoppeld wordt aan een artikel 17 WRO procedure.

We zijn namelijk in onze gemeente bezig met een Centrumplan waarbij openbare parkeerplaatsen opgeofferd dienen te worden voor uitbreiding van winkelunits etc.

In principe kunnen voorschriften aan een onttrekkingsbesluit worden verbonden. In een onttrekkingsbesluit kunnen echter geen voorschriften ten aanzien van het onherroepelijk worden van een bouwvergunning worden opgenomen. Wel kan er voor worden gekozen om het vaststellen van de ingangsdatum van onttrekkingsbesluit nader door B&W te laten bepalen.

12. Bezwaar en beroep
Wat zijn de mogelijkheden van bezwaar en beroep tegen besluiten tot al dan niet onttrekken aan de openbaarheid van een weg?

In bijna alle gevallen staan de ‘gewone’ bezwaar- en beroepsmogelijkheden uit de Algemene wet bestuursrecht open: eerst bezwaarschrift bij de gemeenteraad en daarna beroep bij de rechtbank (administratieve rechter) en vervolgens bij de Raad van State. Wanneer bij de voorbereiding van het onttrekkingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is gevolgd, vervalt de bezwaarschriftprocedure en volgt direct beroep op de rechtbank.

Alléén in geval de gemeenteraad weigert te voldoen aan een verzoek van een  belanghebbende tot onttrekking van een weg aan de openbaarheid dan staat direct beroep open bij Gedeputeerde Staten (art. 11, lid 4 Wegenwet).
 


13. Handhaven
a. Welke mogelijkheden tot handhaving heeft de gemeente om de openbaarheid van een weg overeind te houden?

Wanneer een (particuliere) weg openbaar is in de zin van de Wegenwet, kan de rechthebbende de openbaarheid van die weg niet meer eenzijdig opheffen door het afsluiten van die weg met een hek of paal of door het plaatsen van bordjes ‘eigen weg’ oid. Hiertoe moet de weg eerst aan de openbaarheid worden onttrokken.

Wanneer de rechthebbende of een derde de weg onrechtmatig afsluit, kon de gemeente tot voor kort (begin 2007) ogv. art. 16 Wegenwet en de Algemene wet bestuursrecht een dwangsom opleggen of bestuursdwang uitoefenen. De jurisprudentie van de Raad van State gaf tot voor kort aan dat art. 16 Wegenwet hiervoor de wettelijke basis gaf. In een uitspraak van 7 februari 2007 (nr. 200606192/1) komt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State terug op dit standpunt en heeft zij bepaald dat de wettelijke grondslag voor handhavend optreden in zo’n geval is gelegen in art. 2.1.5.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in samenhang met art. 125 van de Gemeentewet.

b. Welke mogelijkheid tot handhaving heeft de gemeente om de uitvoering van de onderhoudplicht door een particulier na te laten komen?
Ingeval de onderhoudsplicht tav. een openbare weg door de rechthebbende / een derde wordt verwaarloosd, kan de gemeente op grond van art. 16 Wegenwet en Algemene wet bestuursrecht tot handhaving via een dwangsom of bestuursdwang overgaan.

14. Onderhoudsplicht
Hoe bepaal je bij wie de onderhoudsplicht van een openbare weg ligt?

Wanneer een gemeente (of andere overheid) een weg tot openbare weg heeft bestemd, is de gemeente (die andere overheid) automatisch ook de onderhoudsplichtige van die weg (art.15 Wegenwet). Voor wegen buiten de bebouwde kom staat de onderhoudsplicht opgenomen in de Wegenlegger.

Wanneer de Wegenlegger geen duidelijkheid verschaft, dan is in principe de rechthebbende van een weg ook de onderhoudsplichtige van die weg, tenzij uit stukken blijkt dat de onderhoudsplicht is overgedragen aan een ander.


15. Onderhoudsplicht overdragen
Kan een gemeente haar onderhoudsplicht tav. een openbare weg overdragen aan een particulier?
Nee, dit is in strijd met de bedoeling / systematiek van de Wegenwet. De wetgever gaat ervan uit dat het onderhoud van openbare wegen zoveel mogelijk in handen moet zijn van de betreffende overheden. Het onderhoud van een weg kan wel worden overgedragen aan een particulier, wanneer deze weg eerst aan de openbaarheid is onttrokken.

16. Verjaren onderhoudsplicht
Is het mogelijk dat de onderhoudsplicht van een particulier tav. een openbare weg door verjaring ophoudt te bestaan?

Ja, ogv. art. 23 Wegenwet gaat deze onderhoudsplicht teniet, wanneer aan de onderhoudsplicht gedurende 20 jaar in geen enkel opzicht is voldaan én er in die periode ook geen dwangsom-/ bestuursdwangaanschrijving door de gemeente (andere overheid) is verstuurd. In dat geval wordt de onderhoudsplicht geacht te zijn overgegaan naar de gemeente (andere overheid).

De verjaringstermijn is slechts 10 jaar, wanneer de gemeente (andere overheid) gedurende die 10 jaar het onderhoud van die weg heeft uitgevoerd. Ook de verplichting van derden om financieel bij te dragen aan het onderhoud van een openbare weg, kan door verjaring (20 jaar) teniet gaan (art. 24 Wegenwet).


17. Aansprakelijkheid
Hoe zit het met aansprakelijkheid voor schade als gevolg slecht onderhoud van een weg of als gevolg van gladheid op de weg?

In principe kan degene die zijn/haar onderhoudsplicht tav. een weg niet / niet op een goede manier heeft ingevuld aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van de slechte onderhoudstoestand van een weg. Ingeval de onderhoudsplicht bij een particulier ligt, zal deze dus in eerste instantie aansprakelijk gesteld moeten worden.

Daarnaast kán ook de gemeente aansprakelijk zijn, wanneer de gemeente onvoldoende toezicht heeft uitgeoefend op het nakomen van de onderhoudsplicht door de betreffende particulier. Ogv. art. 16 Wegenwet heeft de gemeente als wegbeheerder er immers op toe te zien dat de openbare wegen in goede staat verkeren.

Voor de gladheid van wegen als gevolg van sneeuw, zand, steentjes, bagger e.d. op de wegen geldt in principe hetzelfde. Uiteraard geldt hierbij dat ook van de weggebruiker zelf de nodige voorzichtigheid mag worden verwacht.

 VNG 19 maart 2007 (update)

  • VNG Postbus 30435 2500 GK Den Haag
  • 070-373 83 93