van haar leden. Instituut Collectie Nederland (ICN) Kennisinstituut voor beheer en behoud van roerend
Meer...Cultuur- en kunstbeleid Brancheorganisaties, kenniscentra en sectorinstituten Fondsen Beeldende kunst en vormgeving Brancheorganisaties, kenniscentra en sectorinstituten Fondsen Podiumkunsten Brancheorganisaties, kenniscentra en sectorinstituten Fondsen Kunstenaars en cao's Brancheorganisaties, kenniscentra en sectorinstituten Fondsen Vakbonden Cultuur- en kunstbeleid Brancheorganisaties, kenniscentra en sectorinstituten Boekmanstichting De Boekmanstichting verzamelt en verspreidt kennis en informatie over kunst en cultuur in beleid en praktijk. Ze stimuleert onderzoek en meningsvorming over de productie, distributie en afname van kunst en over het (inter)nationale kunstbeleid. De Boekmanstichting verzorgt enkele keren per jaar een Boekmancahier met ook voor gemeenten relevante cultuurthema's. En eens in de paar jaar verschijnt een uitgebreide publicatie over Cultuurbeleid in Nederland. Cultuurformatie De Cultuurformatie is een initiatief van FNV KIEM, Kunsten ‘92, de Federatie Werkgeversverenigingen in de Cultuur en de Federatie van Kunstenaarsverenigingen. Een aantal andere organisaties hebben zich ook aangesloten en is het uitgegroeid tot een samenwerkingsverband dat zich richt op de landelijke en gemeentelijke politiek. Federatie werkgeversverenigingen in de Cultuur De Federatie van Werkgeversverenigingen in de Cultuur (FC) is het overkoepelende platform waarin alle grote Nederlandse brancheorganisaties uit de culturele sector zijn verenigd. Kosmopolis (voorheen Huis voor de culturele dialoog) Kosmopolis is een lokaal, interstedelijk en internationaal multimediaal platform dat kunst, cultuur en debat inzet om een diepgaande dialoog tussen 'oude' en 'nieuwe' Nederlanders, jong en oud, denkers en doeners tot stand te brengen en te voeden. Kosmopolis zich niet louter op de dialoog tussen etnische bevolkingsgroepen, ook het gesprek tussen jong en oud, provincie en grote stad, gelovigen en ongelovigen krijgt aandacht van Kosmopolis. Kosmopolis ging in april 2009 failliet, maar de lokale vestigingen in de G4 bestaan nog en de website is ook nog online. Kunsten '92 Kunsten'92 is een bovensectorale belangenvereniging van instellingen voor kunst, cultuur en cultuurbehoud. Zij richt zich actief tot de overheid en de politiek met het doel de positie van de sector te versterken. Fondsen Cultuursubsidie.nl Dit is een website van het ministerie van OCW en de rijkscultuurfondsen met alle informatie over subsidies. Jeugdcultuurfonds Nederland Kunst is goed om te doen, voor alle mensen en voor kinderen in het bijzonder. Het Jeugdcultuurfonds stelt zich tot doel om financiële drempels weg te halen en zoveel mogelijk kinderen de gelegenheid te geven om mee te doen door middel van actieve kunstbeoefening. Het Jeugdcultuurfonds stimuleert daardoor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen in achterstandsposities. Bovendien draagt het Jeugdcultuurfonds daarmee bij aan een creatieve en innovatieve samenleving. Beeldende kunst en vormgeving Brancheorganisaties, kenniscentra en sectorinstituten Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK) De Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars is een landelijke organisatie van en voor professionele beeldende kunstenaars. De BBK treedt op als vakbond en behartigt de collectieve en individuele belangen van haar leden. Instituut Collectie Nederland (ICN) Kennisinstituut voor beheer en behoud van roerend cultureel erfgoed. Kunstenaars.nu en Artstart.nl De provinciale en grootstedelijke centra voor beeldende kunst verenigd onder de naam LODBK (Landelijk Overleg Documentatiecentra Beeldende Kunst) dragen zorg voor de informatie op de pagina's van kunstenaars.nu. Het betreft inmiddels 6500 namen. De genoemde kunstenaars zijn getoetst op professionaliteit door de deelnemende kunstinstellingen. Deze selecteren op opleiding en c.v. (tentoonstellingen, projecten, opdrachten, verkoop, collecties, publicaties), maar ook op erkenning door de kunstwereld. De kunstenaars zijn zelf verantwoordelijk voor het actu...
en verenigingen van dorpsbelangen per e-mail benaderd om hun aandachtspunten door te geven. 1
Meer...‘Verblijf in De Wolden, actief in de regio’ actief en betrokken dewolden.nl Beleidsplan Recreatie en Toerisme 2013-2017 Vastgesteld 16 mei 2013 entho_v entho_v Afbeeldingen in dit beleidsplan zijn afgeschermd in verband met auteursrechtelijke aanspraken van derden. entho_v entho_v 1 Colofon Het opstellen van het beleidsplan is een coproductie van Bureau BUITEN (Joost Hagens en Frank van de Lustgraaf) en Marketingbureau Deniels (Niels Dijkstra), in nauwe samenwerking met de gemeente De Wolden. Daarnaast is Adri Ooms ingeschakeld als dagvoorzitter bij de verschillende bijeenkomsten met de sector en bewoners. Beeldmateriaal: Oebele Gjaltema | Verbeelder en gemeente De Wolden. 2 Inhoud Samenvatting ................................................................................................................ 3 1. Inleiding.................................................................................................................. 6 1.1 Aanleiding.......................................................................................................... 6 1.2 Doelstelling........................................................................................................ 6 1.3 Proces............................................................................................................... 7 1.4 Inhoud en opbouw beleidsplan.............................................................................. 7 2. Analyse................................................................................................................... 8 2.1 Economische betekenis recreatie en toerisme.......................................................... 8 2.2 Toeristisch-recreatief aanbod................................................................................ 9 2.3 Organisaties in de toeristisch-recreatieve sector .....................................................11 2.4 Trends & ontwikkelingen .....................................................................................13 2.5 Concurrentieanalyse...........................................................................................14 2.6 Doelgroepanalyse ..............................................................................................14 2.7 SWOT ..............................................................................................................15 3. Visie ......................................................................................................................17 3.1 Ontwikkelingsrichting .........................................................................................17 3.2 Uitgangspunten .................................................................................................17 3.3 Doelgroepen .....................................................................................................18 3.4 Waar zetten we op in? ........................................................................................18 4. Gebiedsmarketing....................................................................................................20 4.1 Organisatie van gebiedsmarketing........................................................................21 4.2 Visitor journey cycle ...........................................................................................23 4.3 Promotie...........................................................................................................24 4.4 Productontwikkeling ...........................................................................................25 5. Ontwikkeling van bedrijven .......................................................................................27 5.1 Ruimtelijke ordening ..........................................................................................27 5.2 Advies en relatiebeh...
van plattelandstoerisme onder de naam “Veenhuizen boeit”. Ook onderhouden de leden van het VCT
Meer...A13.01244 *A13.01244* Voorwoord De gemeente Noordenveld ligt dan wel in de ‘Kop van Drenthe’, maar wij durven rustig te zeggen dat onze gemeente de provincie Drenthe in het klein is. Dit komt tot uitdrukking in de drie kernkwaliteiten van Noordenveld. Een veelzijdig landschap, een boeiende cultuurhistorie en de ligging in de stedendriehoek Groningen-Assen-Drachten. Wonen, werken en recreëren Noordenveld is een aantrekkelijke woon- en recreatiegemeente. Een leefbare, groene gemeente met goede voorzieningen met het karakter van het platteland. Misschien is de naam Noordenveld niet bij iedereen in Nederland bekend, maar noem je bijvoorbeeld Veenhuizen of De Vrijbuiter, dan is er vaak wel een stukje herkenning. Zo hebben we als gemeente nog meer unieke kenmerken. Denk hierbij aan het Leekstermeer, het Fochteloërveen, De Onlanden, Norg et cetera. Kies je voor rust en ruimte of zoek je liever de gezellige drukte van de grote stad. Alles is binnen ‘handbereik’ in de Kop van Drenthe. Was eerder de agrarische sector een van de belangrijkste bronnen van werkgelegenheid, tegenwoordig is dat de toeristisch-recreatieve sector. Dit is de enige groeisector in de economie. Dit willen we graag nog verder uitbouwen. Hier liggen nog kansen! In het bestuursprogramma 2010-2014 ‘Samen de schouders eronder’ is opgenomen dat er een nieuwe recreatiebeleidsnota moet komen voor de verdere ontwikkeling van de vrijetijdssector. We hebben het dan niet alleen over recreatie & toerisme, maar ook over kunst & cultuur, horeca & congressen, media & entertainment, sport & wellness. Ook de middenstand wordt hierbij betrokken. Als gemeente willen we de vrijetijdssector stimuleren, de werkgelegenheid bevorderen en de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. Dit kunnen we uiteraard niet alleen. Samenwerken is essentieel! De wijze waarop deze nota tot stand is gekomen is bijzonder te noemen. Begin 2012 is de ‘Nota participatie en communicatie Noordenveld 2.0’ vastgesteld. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeenteraad besloten dat de recreatiebeleidsnota via een interactief proces tot stand moet komen, waarbij niveau drie van de participatieladder (= samenwerken) ingezet wordt. Inwoners, organisaties en ondernemers hebben bijgedragen aan het interactieve proces. Samen met onze partners in de vrijetijdsketen is gewerkt aan het resultaat. Naast de georganiseerde bijeenkomsten en workshops was het ook mogelijk een bijdrage te leveren op het digitale platform op ‘Participatie Plein Noordenveld’. Ook is gebruik gemaakt van social media, zoals Twitter en LinkedIn. Wij willen op deze plek een bijzonder woord van dank uitspreken voor de externe begeleidingscommissie. Daarnaast willen we ook iedereen die op welke wijze dan ook heeft bijgedragen aan deze recreatiebeleidsnota bedanken. We zijn van mening dat de titel ‘boeien, binden en beleven’ niet alleen van toepassing is op de inhoud van deze nota maar ook geldt voor de samenwerking tijdens het interactieve proces. Als college zijn we trots op de wijze waarop deze nota tot stand is gekomen en op het resultaat. Hoe nu verder? Zoals we al zeiden is deze beleidsnota ontwikkeld met de vrijetijdssector en de inwoners. Dit samenwerken gaat door, onder andere bij het opstellen van de uitvoeringsnota, waar ook een financiële paragraaf in wordt opgenomen. Ook blijven we overleggen en gebruik maken van het Participatie Plein Noordenveld. Wij als gemeente faciliteren, stimuleren en verbinden. Het is aan de ondernemers over te gaan tot actie! Burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld. 3 Inhoudsopgave Samenvatting 4 1. De aanleiding 6 1.1 Aanleiding en doel 6 1.2 Kaders 6 1.3 Werkwijze 6 1.4 Participatie en communicatie 8 1.5 Gebiedsafbakening 8 1.6 Leeswijzer 8 2. Bestemming Kop van Drenthe 9 2.1 Kernkwaliteiten 9 2.2 Unique Selling Poin...
van het aantal leden en uitleningen van de openbare bibliotheken
Meer...Zonder kaft en ezelsoren? Bibliotheekfuncties in nieuw perspectief 1e fase Experttraject ‘Bibliotheek van de Toekomst’ Gemeente Eindhoven / Openbare Bibliotheek Eindhoven PBF Innovatie Peter van Eijk Jannie Kats Rapportage 1e fase Experttraject ‘Bibliotheek van de Toekomst’ Eindhoven, juni 2012 Pagina 2 Inhoudsopgave: Pagina 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 3 1.2 Aanpak fase 1 van het Experttraject 3 1.3 Opbouw van de rapportage 4 2. Omgevingsanalyse 2.1 Inleiding 5 2.2 Digitaal lezen komt in een stroomversnelling en dit gaat 5 ten koste van het fysieke boek 2.3 Consumenten worden prosumenten 7 2.4 Bevorderen taalvaardigheid en mediawijsheid verdient 8 veel aandacht 2.5 De openbare bibliotheek ontwikkelt zich van 9 ‘boekenverzamelaar en -‐uitlener’ naar ‘adviseur en gids’ 2.6 De digitale bibliotheek is een landelijke verantwoordelijkheid 9 2.7 De grens ‘publiek-‐privaat’ verandert 10 3. Gewenste toekomstige positie 3.1 Inleiding 11 3.2 De Eindhovense Context 11 3.3 Uitgangspunten 11 3.4 De gewenste toekomstige bibliotheekfuncties 12 4. Strategie: Voer een gemeenschappelijke ‘Agenda voor de Toekomst’ uit 4.1 Inleiding 14 4.2 Bestuurlijke verankering 14 4.3...
Gemeenten 80. Advies raads- leden 81. Tips bij crisiscommunicatie 81. Vervolg onderzoek 81. 82
Meer...HOE SOCIAL MEDIA NOU ECHT TE GEBRUIKEN Helmond geeft antwoord... Totstandkoming, mei 2012 entho_v entho_v Afbeelding is afgeschermd in verband met mogelijke auteursrechtelijke aanspraken van derden. HOE SOCIAL MEDIA NOU ECHT TE GEBRUIKEN Helmond geeft antwoord... 2. Naam AUTEUR. Kim van Lieshout 2142991 COLOFON. De inhoud van dit document is met zorg samengesteld en mag enkel na toestemming worden verveelvoudigd en/of verspreid. Het intellectueel eigendom ligt bij Fontys Economische Hogeschool Tilburg. 3. Fontys Economische Hogeschool Tilburg Communica㼪 4U 24 mei 2012 Studentnummer Opleidingsins㼯uut Opleiding Klas Datum AFSTUDEERBEGELEIDERS. Dhr. J. van DoorenEerste docent Tweede docent Mevr. E. Ansems STAGEBEGELEIDER. Naam Mevr. M. Bex Organisa㼪 Gemeente Helmond Func㼪 Senior communica㼪adviseur E-‐mail m.bex@helmond.nl DOCUMENT. Type document Bachelorscrip㼪 Onderwerp Social media VOORWOORD. Deze scrip㼪 is de afslui㼨g van mijn HBO studie Communica㼪 aan de Fontys Economische Hogeschool Tilburg. Het onderzoek, wat ingaat op social media, is gedaan in opdracht van de gemeente Helmond. Ik hoop dat ik de informa㼪 die ik de afgelopen jaren heb opgenomen gedurende mijn studie, nu heb kunnen toepassen in de prak㽓k. Het medialandschap is sterk aan het veranderen. Waar vroeger radio, kranten en tv een prominente rol speelden in het verstrekken van informa㼪 en entertainment, is het afgelopen decennium het gebruik van internet voor deze doeleinden explosief gestegen. Opvallend is hierbij de groei van social media. Overal om ons heen worden we tegenwoordig bedolven met de term ‘social media’. Social media lijkt al helemaal ingeburgerd te zijn. Je hoe娦de krant maar open te slaan of naar het nieuws te kijken om weer één van de succesverhalen aan te horen. Er zijn overigens ook minder succesvolle verhalen over social media. Social Media verandert de manier waarop we informa㼪 tot ons nemen. Toch staan we slechts aan het begin van deze revolu㼪! Te midden van deze social media explosie vragen steeds meer mensen zich echter af wat social media nu precies inhoudt en wat men als bedrijf of organisa㼪 ermee kan en of ze er ook daadwerkelijk iets mee moeten (willen). Wat dient zo’n organisa㼪 nou te doen om de stroom aan berichten op het sociale web te kunnen analyseren en er eventueel op te kunnen an㼷iperen. Na het lezen van deze scrip㼪 zult u, als medewerker van de gemeente Helmond, niet alleen een goed beeld hebben van wat social media inhoudt en wat de mogelijkheden van social media zijn, u zal tevens goed voorbereid zijn om aan de slag te gaan met o.a. social media monitoring en webcare. U hee娦een compleet beeld van wat ik de gemeente Helmond adviseer te doen, wanneer, hoe, met welke middelen, voor welke doelgroep en met welke doelstellingen. Gedurende mijn afstudeerperiode ben ik ondersteund door een aantal pers...
m.b.t. aantal leden, bezoekers, uitleningen en mediabezit is na het eerste half jaar van 2011
Meer...Voorstel aan de Raad Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 15 februari 2012 / 8/2012 Fatale termijn: besluitvorming vóór: 1 januari 2012 Onderwerp Budgetsubsidieovereenkomst 2012 t/m 2014 Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid Programma / Programmanummer Cultuur / 1071 Portefeuillehouder H. Beerten Voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders d.d. 19 december 2011 Samenvatting Dit voorstel behelst de budgetsubsidieovereenkomst (bso) met de Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid (OBGZ) voor de jaren 2012 t/m 2014. Middels ons schrijven van 26 mei jl. hebben wij uw Raad geïnformeerd over het Beleidsplan 2011-2016 van de OBGZ en onze opmerkingen bij dit plan. Op basis van dit beleidsplan hebben we met de OBGZ onderhandelingen gevoerd over de wijze waarop het bibliotheekwerk in Nijmegen in de periode 2012 t/m 2014 gestalte dient te krijgen. Het uitgangspunt hierbij was dat de bibliotheekfunctie in alle wijken gewaarborgd moet zijn binnen de gestelde financiële kaders met inachtneming van de door uw Raad opgelegde bezuiniging van € 600.000,-- vanaf 2014. Voorstel om te besluiten 1. Aan de OBGZ een meerjarige budgetsubsidie te verlenen voor de jaren 2012 t/m 2014 en het subsidiebedrag voor 2012 en 2013 te bepalen op € 5.413.387,--; voor 2013 wordt dit bedrag geïndexeerd op basis van de Nijmeegse Kaderverordening Subsidieverstrekking (NKS); 2. Met inachtneming van de taakstellende bezuiniging van € 600.000,-- aan de OBGZ in 2014 een subsidie van € 4.813.387,-- te verlenen (exclusief mogelijke indexering); 3. De subsidiebedragen ten laste te brengen van het programma Cultuur, deelproductnummer 60577.D.44014. Opgesteld door, telefoonnummer, e-mail Stefan Grond, 2249, s.grond@nijmegen.nl OBGZ bso 2012-2014 rvs Voorstel aan de Raad Aan de Raad van de gemeente Nijmegen 1 Inleiding Dit voorstel behelst de budgetsubsidieovereenkomst (bso) met de Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid (OBGZ) voor de jaren 2012 t/m 2014. We hebben er in overleg met de OBGZ voor gekozen om een driejarige overeenkomst af te sluiten, de tijd die de OBGZ nodig heeft voor de voorbereidingen en implementatie van een toekomstbestendige bibliotheek. Wij houden de optie open om de af te sluiten overeenkomst, mocht de situatie daar in 2014 aanleiding toe geven, met één jaar te verlengen (tot en met 2015). Middels ons schrijven van 26 mei jl. hebben wij uw Raad geïnformeerd over het Beleidsplan 2011-2016 van de OBGZ en onze opmerkingen bij dit plan. Op basis van dit beleidsplan hebben we met de OBGZ onderhandelingen gevoerd over de wijze waarop het bibliotheekwerk in Nijmegen in de periode 2012 t/m 2014 gestalte dient te krijgen. Het uitgangspunt bij het opstellen van deze overeenkomst was dat de bibliotheekfunctie op toekomstbestendige wijze in alle wijken gewaarborgd moet zijn binnen de gestelde financiële kaders met inachtneming van de door uw Raad opgelegde bezuiniging van € 600.000,-- met ingang van 2014. Op welke wijze de OBGZ aan dit uitgangspunt invulling geeft is, binnen de door uw Raad te stellen kaders, de verantwoordelijkheid van de organisatie zelf. Andere uitgangspunten bij het opstellen van deze bso waren: 1. De Richtlijn voor Basisbibliotheken van de VNG uit 2005; 2. Continuering (waar gewenst) van het beleid dat gevoerd is in de budgetperiode 2011; 3. Het coalitieakkoord 2010-2014 ‘Werken aan een duurzame toekomst’; 4. Landelijke ontwikkelingen m.b.t. het bibliotheekwerk. Beoordeling budgetperiode 2011 Om ons moverende redenen (zie onze brief aan uw Raad van 6 december 2010 met kenmerk L120/10.0032412) hebben wij voor 2011 een éénjarige overeenkomst met de OBGZ afgesloten. De beoordeling van de voorafgaande periode heeft dus slechts betrekking op de eerste drie kwartalen van 2011. Inhoudelijk gezien heeft die periode voor de OBGZ in het teken gestaan van het opstellen van een beleidsvisie en het onderzoeken van de mogelijkheden om...
van de Universiteit van Leiden. De leden van het PIT komen uit de geledingen van Bureau Jeugdzorg
Meer...entho_v entho_v Afbeelding is afgeschermd in verband met mogelijke auteursrechtelijke aanspraken van derden. entho_v entho_v Pagina 2 van 39 Inleiding De Amsterdamse visie op het jeugddomein “Om het kind! Hervorming zorg voor de jeugd” bouwt voort op de lessen die Amsterdam getrokken heeft uit Systeem in Beeld gekoppeld aan de voorbereidingen die het rijk treft voor een grote stelselherziening in de jeugdzorg. Daarom wordt zowel gesproken over een transitie (decentralisatie van taken, verantwoordelijkheden en budgetten) als een hervorming (een nieuwe werkwijze, een cultuurverandering). De decentralisatie gaat gepaard met forse bezuinigingen. De veranderingen in de jeugdzorg staan niet op zichzelf. Ook in het onderwijs (Passend onderwijs), de sociale zekerheid (Wet werken naar vermogen) en de overheveling van AWBZ-taken naar de Wet Maatschappelijke Ondersteuning staan ‘transities’, ‘kantelingen’ voor de deur. Op alle gebieden staan ook dezelfde principes voorop: de eigen kracht van het kind/gezin/huishouden en meer handelingsruimte voor de professional. Ook bij deze transities gaat het om forse bezuinigingen. De opdracht van programmateam is: zorgen dat Amsterdam, dat wil zeggen zowel de gemeentelijke organisatie (centrale diensten en stadsdelen) als de instellingen en dienstverleners in de stad, tijdig klaar zijn om in nieuwe verhoudingen de jeugd, hun ouders en wettelijke vertegenwoordigers kwalitatief hoge hulp1 en bescherming te bieden op basis van eigen kracht, zelfregie en keuzevrijheid. Kwaliteit drukt zich daarbij niet alleen uit in de inhoudelijke kennis en diensten van de professional2, maar ook in de snelheid waarmee deze voor en - zoveel als mogelijk - in de directe nabijheid van de ouders/betrokkenen worden geleverd (thuis, school, buurt/wijk). Kostenbewustzijn hoort daar uitdrukkelijk ook bij. De centrale vraag is: kunnen we meer kwaliteit verkrijgen met per saldo minder geld door anders te werken en tegelijkertijd de zeggenschap van kinderen, jongeren, ouders en professionals vergroten? Sneller, effectiever, goedkoper, dichtbij en op basis van de eigen kracht van ouders? Het uitgangspunt van de decentralisatie is dat de gemeenten in staat zijn om de gedecentraliseerde zorgverantwoordelijkheid waar te maken binnen de gedecentraliseerde budgetten. Landelijk en ook in Amsterdam (zowel bij de partners als binnen de gemeente zelf) overheerst de overtuiging dat de huidige verkokerde werkwijze kostenverhogend heeft gewerkt en dat door investeren in preventie en vroegsignalisering een beroep op dure, zware zorg de noodzakelijke besparing moet opleveren. Ook inzet op methodisch werken in de specialistische zorg zal een besparing moeten opleveren. Maar afgezien van hoopvolle aanpakken als die van de OKC’s, voor de kwetsbare huishoudens, de MPG, het PIT, de Top600 en de business case van Bureau Jeugdzorg, zijn het nog niet meer dan aannames en overtuigingen. De mate waarin Amsterdam in staat zal zijn om de zorgconsumptie te beïnvloeden en de uitkomst van het definitieve verdeelmodel, is bepalend voor de omvang van het budget dat Amsterdam in de jeugdzorg zal moeten investeren. Talloze projecten, programma’s en trajecten worden op dit moment gesubsidieerd of ingekocht. Die hebben betrekking op doelgroepen (meiden, zwerfjongeren), inhoudelijke onderwerpen (opvoedplicht, jeugdparticipatie, overgewicht), vormen van organiseren (veiligheidshuis), vormen van samenwerken (OKC’s; multi-probleemgezinnen/MPG), van verbeteren (Kwaliteitsaanpak basisonderwijs) en uitvoeren (Top600/PIT). De gemeente laat al langere tijd zien dat de jeugd haar na aan het hart ligt. Maar tegelijkertijd moeten we ons afvragen of we op deze manier beleid moeten blijven ontwikkelen. Er komt bij; er gaat weinig af. Het wordt te duur en door versnippering en stapeling ook niet altijd effectief. Of eigenlijk vragen we ons dat helemaal niet meer af: de conclusies van Systeem in Beeld waren duidelij...
met meerwaarde onder andere voor de (internationale (co) productiefunctie in de stad. 4. het Grand
Meer...1 Appendix II: SUBSIDIEBESLUITEN INHOUD PODIUMKUNSTEN Grand Theatre 3 Noord Nederlands Toneel 6 Noorderzon 9 De Oosterpoort/Stadsschouwburg* 11 Theater te Water 14 Jeugdtheater Het Houten Huis 16 Theater De Steeg 19 Jeugdcircus Santelli 21 Jonge Harten Festival 23 De Noorderlingen 26 Stichting Vertellus 28 Dansvoorziening Noord/Club Guy & Roni 30 Noord Nederlandse Dans 33 Capella Frisiae 36 Luthers Bach Ensemble 38 Musica Antiqua Nova 40 Noord Nederlands Orkest 42 Peter de Grote Festival 44 Stichting Music and Fun 46 Haydn Jeugd Strijkorkest 48 Prinses Christina Concours 50 Jungle Warriors Productions 52 Urban House 54 Productiehuis Popcultuur Groningen 56 Simplon 58 Stichting Muziek over Groningen 61 Vera 63 Eurosonic Noorderslag 65 BEELDENDE KUNST Centrum Beeldende Kunst Groningen 67 Noorderlicht 70 Groninger Museum 73 Kunstruimte 09 75 NP3 77 Sign 80 Tschumipaviljoen 82 Wall House #2 84 Atelierorganisatie HaViK 86 LETTEREN Biblionet Groningen 88 Poëziepaleis 91 Stichting Literaire Activiteiten Groningen 94 Stichting Van der Leeuw-lezing 97 2 ERFGOED Noordelijk Scheepvaartmuseum 99 Grafisch Museum Groningen 101 Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen 103 Stichting Beeldlijn 105 Martini Beiaard Groningen 107 OVERIGE INSTELLINGEN Centrum voor de Kunsten Groningen (Fusie Stedelijke Muziekschool Groningen en Kunstencentrum Groep) 109 Cultureel Studentencentrum USVA 112 @Sinnema’s 114 Liga 68 116 Vier 5 Mei/Bevrijdingsfestival Groningen 119 Het Nederlands Stripmuseum 121 3 Naam instelling: Grand Theatre Discipline: Podiumkunsten Huidige status: Structureel gesubsidieerd; specifieke voorziening Doelstelling: Het Grand Theatre is een podium en productiehuis voor hedendaagse dans, theater en muziek. Het productiehuis biedt ondersteuning, presentatiemogelijkheden en faciliteiten aan internationale en regionale kunstenaars. Daarnaast worden er nieuwe projecten geïnitieerd. Het Grand Theatre richt zich in het bijzonder op een jonge generatie kunstenaars. Ambitie van de kunstenaar, actualiteit en authenticiteit van het werk staan daarbij hoog in het vaandel. Kwantitatieve gegevens: Het Grand Theatre programmeert jaarlijks om en nabij: - 125 dans- en theatervoorstellingen; - 25 concerten; - 25 voorstellingen voor jeugd en jongeren. De 175 voorstellingen per jaar maken 65% uit van de bedrijfsvoering. De overige 35% bestaat uit productie. Momenteel worden er ca. 20 producties per jaar gerealiseerd. De komende jaren moet dit tot gemiddeld 10 terug gebracht worden, waarvan 5 internationale coproducties. Missie en visie: Het Grand Theatre is een (internationale) vrijplaats voor (nog) onbekende, ambitieuze podiumkunstenaars. In het Grand is ruimte, tijd en steun voor nieuwe ideeën, met authentieke, actuele voorstellingen en concerten als resultaat. Vanuit de overtuiging dat reflectie essentieel is voor een gezonde samenleving, is het Grand Theatre voor de bezoeker een plek waar hij of zij door kunst geraakt en/of geconfronteerd wordt. Positie in de keten: Productie, presentatie en talentontwikkeling (en beperkt educatie) Visie op cultureel ondernemerschap: De weggevallen rijkssubsidie wordt o.a. gecompenseerd door: - het overhevelen van een deel van de programmering van De Oosterpoort/Stadsschouwburg; - een coalitie met Noorderzon met oog op meer efficiency en kans op Europese financieringsbronnen; - g...
indienen. Een jury van dertien leden - waarvan zeven aangesteld door de Europese Commissie en zes
Meer...HAAGSE NIEUWE MEERJARENBELEIDSPLAN KUNST EN CULTUUR 2013 – 2016 Haagse Nieuwe, Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2013 – 2016 2 VOORWOORD Hierbij presenteer ik met trots ‘Haagse Nieuwe’, het Haagse Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2013 – 2016. De titel refereert aan de vernieuwing en revitalisatie die de basis vormt voor dit Kunstenplan. Een revitalisatie die nodig is, niet alleen vanwege de – onvermijdelijke – bezuinigingen op de overheidsuitgaven, maar vooral omdat de culturele sector een dynamische sector is waarin van tijd tot tijd een herbezinning noodzakelijk is. De functie en rol van kunst en cultuur in de samenleving, de rol van het publiek, van sponsoren en van de overheid vormen de achtergrond waartegen dit Kunstenplan is geschreven. Ik ben trots op de Haagse culturele sector en op dit Kunstenplan waarin de nieuwe koers van het Haagse cultuurbeleid duidelijk tot uiting komt. Den Haag kent een goed en gevarieerd cultuuraanbod dat, zo blijkt uit tal van onderzoeken, één van de vier redenen is waarom mensen zich in Den Haag vestigen. Ons aanbod, waar zowel een plek is voor amateurkunst als voor de absolute wereldtop maakt Den Haag, de internationale stad van vrede en recht, een plek waar mensen willen wonen en waar mensen graag naar toe komen. Een veelzijdig, hoogwaardig en gevarieerd cultureel aanbod is dus zeker geen luxe, maar zowel geestelijke als economische noodzaak. In het Kunstenplan komt die noodzaak tot uiting in de keuzes die we maken. We kiezen voor een stad met kwaliteit en variëteit op alle fronten: met zowel het Gemeentemuseum als Muzee, het Nederlands Dans Theater en Aight, het Nationale Toneel en Firma Mes, het Residentie Orkest en het Haags Pop Centrum. Er is voor ieder wat wils. In een stad als Den Haag heeft het experiment in de broedplaats tot de wereldtop zijn eigen plaats in de culturele infrastructuur. We investeren fors in cultuureducatie. In Den Haag wonen 140 nationaliteiten samen en dankzij cultuureducatie komt iedereen al op jonge leeftijd met elkaar in aanraking. Ik ben ervan overtuigd dat een dans- of muziekvoorstelling meer inzicht in de culturele achtergrond van stadsgenoten oplevert dan duizend fraaie woorden kunnen. En dankzij de investering in enthousiasmerende en inspirerende lessen cultuureducatie op scholen zullen de theaters en de muziekscholen ook over tien jaar nog steeds vol zitten. De investering in onze kinderen is daarmee tegelijkertijd ook een investering in de culturele sector. Dit Kunstenplan bevat de aanzet voor het Deltaplan Cultuureducatie dat ik samen met mijn collega-wethouder van Onderwijs later dit jaar zal presenteren. Uitgaande van het vastgestelde Beleidskader en budget stond de Adviescommissie voor een ingewikkelde opdracht. De Commissie heeft zich grondig en zorgvuldig van haar taak gekweten en er zijn kritische noten gekraakt. In de toonzetting van het Advies herkent het college zich niet altijd, maar inhoudelijk volgt het college de lijn van het Advies wel. Tegelijkertijd staat als een paal boven water dat er veel, heel veel creativiteit en artistieke kwaliteit in Den Haag aanwezig is. En zoals de commissie terecht opmerkte: ‘grote bezuinigingen kunnen leiden tot ingrijpende veranderingen, maar zijn tegelijkertijd ook een kans op ontwikkeling.’ Uiteraard heb ik alle begrip voor de teleurstelling die de gemaakte Haagse Nieuwe, Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2013 – 2016 3 keuzes voor sommigen meebrengen. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat we het nieuwe tijdperk, dat ingeluid is door de economische omstandigheden, met veel elan zijn ingegaan. Het doorbreken van oude patronen en werkwijzen vergt veel kracht en moed van de instellingen. Maar ik heb een rotsvast vertrouwen in de Haagse culturele sector; samen gaan we deze slag maken. We hebben een gemeenschappelijk doel voor ogen waar we samen naar toe werken. De revitalisering betekent dat we onvermijdelijk afscheid mo...
van Wieringen – en zeven andere leden. De Commissie bestaat in totaal uit tien leden met deskundigheid
Meer...HET CULTUREEL KAPITAAL VAN DEN HAAG Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2013 – 2016 HET CULTUREEL KAPITAAL VAN DEN HAAG Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2013 – 2016 25 april 2012 Nederland is in de ban van bezuinigingen, ook de culturele sector. Dit roept de vraag op welke belangrijke waarden wij voor onze samenleving willen behouden en willen steunen met algemene overheidsmiddelen. Voor een Commissie die door de Gemeente Den Haag is gevraagd te adviseren over de besteding van – alsook de bezuiniging op – de gemeentelijke subsidies voor kunst en cultuur voor de periode 2013 – 2016, is dit een bijzonder pregnant vraagstuk. De Commissie heeft intensief van gedachten gewisseld over wat voor een stad als Den Haag en haar geschakeerde bevolking tot de noodzakelijke eerste culturele behoeften zou moeten behoren. Het gaat hier om het behoud van en de dynamiek in het Haagse cultureel kapitaal, niet in de betekenis die de Franse socioloog Pierre Bourdieu eraan gaf (kennis, vaardigheden, opleiding), ook niet als bezit van één persoon maar als bezit van een hele stad; Den Haag als persona. Het cultureel kapitaal van een stad laat zich niet eenvoudig beschrijven. Het is natuurlijk al het moois dat op de podia valt te bewonderen, het erfgoed dat te zien is in de straten van Den Haag, de musea en de archieven. Het omvat de makers die ons deelgenoot maken van hun ideeën en inspanningen, van hun (kritische) kijk op de wereld, en het talent dat latent aan het gisten is. Maar bovenal is het onze eigen beleving van cultuur, ons vermogen om verrast, ontroerd, bezield of getroffen te worden door die andere kijk op de wereld om ons heen die zo eigen is aan kunst. De betekenis van kunst beleeft iedere inwoner van Den Haag anders. Leeftijd, opvoeding, afkomst, bestedingsmogelijkheden, persoonlijke voorkeuren en levensfases maken dat het publiek voor kunst en cultuur van keer tot keer verschillend is. De Commissie hecht er belang aan dat zoveel mogelijk mensen de gelegenheid krijgen hun voorkeuren te volgen binnen het Haags cultureel kapitaal. Gelukkig is Den Haag rijk aan cultureel kapitaal. De stad heeft haar inwoners, de regio en haar Ne derlandse en internationale bezoekers in dit opzicht veel te bieden. Hoewel de commissieleden goed bekend zijn met het Haagse cultuuraanbod en derhalve niet verrast werden door de grote kwaliteit van het Haagse cultuuraanbod, impliceert dit advieswerk ook voor deze Commissie een ontdekkings tocht langs al het moois dat cultureel Den Haag te bieden heeft. De culturele sector is springlevend, uitdagend en dynamisch en geeft – meestal – blijk van ondernemingszin. Voor enkelen is het cultureel ondernemerschap nog wennen – de eerste stappen zijn soms nog onzeker – maar de wil om door te gaan en waar mogelijk meer publiek te bereiken is ontegenzeggelijk aanwezig. Den Haag doet er goed aan dit culturele kapitaal en deze dynamiek te koesteren. Cultureel kapitaal heeft ook onderhoud nodig. In de meest letterlijke zin, bijvoorbeeld door een goed collectiebeheer bij musea en meerjarige, financieel uitvoerbare onderhoudsplannen van (gemeen telijke) cultuurgebouwen. Maar ook onderhoud verwoord in realistische en aansprekende toekomst 2 VO ORW O ORD plannen van instellingen en een duurzame visie op bijvoorbeeld personeelsinzet en talentontwikke ling. Onderhoud in de vorm van een subsidieniveau dat het mogelijk maakt al het moois te tonen en uit te wisselen. Nog meer bezuinigingen op het ‘meerjarenonderhoudsplan’ voor de culturele sector zullen volgens de Commissie onherroepelijk leiden tot slijtage en schade op korte en langere termijn. Bovenal zal de stad ook werk moeten maken van het cultureel kapitaal van de toekomst. Alleen door fors in te zetten op (binnenschoolse) cultuureducatie kan de stad realiseren dat kinderen de liefde voor en kennis van cultuur met de paplepel ingegoten krijgen, en zodoende ook in later jaren open staan voor de diversiteit...
