Stand van zaken regionale uitvoeringsdiensten

Brief aan de leden

T.a.v. het college en de raad

 

 

 

 

 

 

informatiecentrum tel.

 (070) 373 8020

uw kenmerk

bijlage(n)

 

betreft

Stand van zaken regionale uitvoeringsdiensten

ons kenmerk

BARW/U201001559
Lbr. 10/079

Datum

 21 juli 2010

 

Samenvatting
Met deze ledenbrief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken rond het proces van de totstandkoming van de regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s).
Het vormen van RUD’s is één van de uitwerkingsafspraken uit de ‘package deal’ van juni 2009. Verder zijn hierin door VROM, het IPO en de VNG afspraken gemaakt over de wijze waarop de uitvoering van VROM-taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) kwalitatief naar een hoger niveau moet worden gebracht, zie ook Ledenbrief 09/080 van 19 juni 2009.

In het bestuurlijk overleg van 24 juni 2010 zijn onder meer conclusies getrokken naar aanleiding van een ambtelijke conferentie die op 31 maart en 1 april 2010 is gehouden in Zeist. Concreet betreffen het de volgende conclusies:

  • Er is ruimte voor regionaal maatwerk bij de vorming van RUD’s. De randvoorwaarden hiervoor zijn dat een RUD voldoende kritische massa heeft, dat de afstemming met het Openbaar Ministerie en de politie geborgd moet zijn en dat er tussen de betrokken gemeenten en de provincie overeenstemming is bereikt;
  • Het KPMG-rapport ‘ontwikkeling kwaliteitscriteria transitieprogramma 2.0’ (KPMG-rapport) van december 2009 wordt gebruikt als referentiekader voor de beoordeling of een RUD voldoende massa heeft. Daarnaast vormt het rapport ook het referentiekader voor een door gemeenten zelf uit te voeren evaluatie van de kwaliteit van uitvoering. Gemeenten beslissen zelf hoe ze met de resultaten van hun zelfevaluatie omgaan;
  • Aan werkdocument 2.0 (basistakenpakket) zijn de niet-academische ziekenhuizen en enkele categorieën bedrijven met koelvriesinstallaties toegevoegd. Dit is vastgelegd in werkdocument 2.2  dat wordt gebruikt als uitgangspunt voor het takenpakket van de RUD’s;
  • Ter facilitering van de RUD-vorming en ter versterking van de vergunningverlening, de verbetering van de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke milieuhandhaving en de afstemming tussen beide handhavingskolomen wordt een programma met bijbehorende programmastructuur opgezet waarin betrokken partijen (VROM, Justitie, BZK, VNG, IPO en UvW) participeren;
  • Gemeenten zullen, in geval van een provinciale vvgb-bevoegdheid, tot aan de vorming van RUD’s het milieutoezicht en de milieuhandhaving hierop aan de provincies overlaten.

Bovenstaande conclusies zijn een uitwerking van de afspraken die in januari 2010 tussen partijen zijn gemaakt . De minister heeft de Tweede Kamer op 14 juli 2010 schriftelijk geïnformeerd over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg van 24 juni. ( BJZ 20100189691, bij het moment van opstellen van deze ledenbrief was het Kamerstuknummer nog niet bekend)

Indiening eventuele afwijkingen op intentieverklaringen
In oktober 2010 dienen eventuele afwijkingen ten opzichte van de intentieverklaringen van december 2009 bij de minister bekend te zijn. In deze intentieverklaring hebben provincies en gemeenten aangegeven hoe het landsdekkend netwerk van regionale uitvoeringsdiensten er uit komt te zien. De eventuele afwijkingen zullen in een bestuurlijk overleg in oktober worden besproken en getoetst worden aan de overeengekomen randvoorwaarden. Wanneer provincies en gemeenten geen overeenstemming bereiken over afwijkingen van de eerder gedane voorstellen neemt de minister in overleg met de partners een beslissing.


Lbr. 10/079 - Stand van zaken regionale uitvoeringsdiensten  112kB

  • VNG Postbus 30435 2500 GK Den Haag
  • 070-373 83 93