Raadsleden komen regelmatig in aanraking met de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Speciaal voor hen heeft de Waarderingskamer een brochure gemaakt waarin zij worden geïnformeerd over de uitvoering van deze wet.
De kans is groot dat inwoners raadsleden aanspreken op de WOZ-taxatie van hun woning of bedrijfspand en de daarvan afgeleide aanslag van de onroerendezaakbelasting (OZB).
Raadsleden komen de WOZ ook tegen bij de begroting, besluitvorming over het begrotingsbeleid, in beleidsnotities en in hun traditionele controlerende rol.
De Waarderingskamer houdt toezicht op de uitvoering van de Wet WOZ.
Meer informatie
De macronorm voor het begrotingsjaar 2011 is vastgesteld op 3,5%. Dat betekent dat in 2011 voor alle gemeenten samen de opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) 3,5% meer mag zijn dan in 2010.
Dit blijkt uit de junicirculaire gemeentefonds 2010.
Inflatie + geraamde reële groei
Het percentage van 3,5 is de som van 1,75% inflatie volgens het Centraal Economisch Plan 2010 en de, overigens niet actuele, geraamde reële groei van 1,75% over de periode 2011-2015.
De macronorm voor 2010 bedraagt 4,3%
Meer informatie
De VNG heeft samen met de gemeenten Bunnik en Doetinchem hoger beroep aangespannen tegen het afschaffen van het gebruikersdeel OZB op woningen. Het afschaffen van het gebruikersdeel is volgens de gemeenten in strijd is met het Europees Handvest voor de lokale autonomie.
Het Europees Handvest is ook door Nederland ondertekend en bepaalt dat een substantieel deel van de financiële middelen van gemeenten moet bestaan uit lokale belastingen.
Aan de het gerechtshof te den Haag zijn twee vragen voorgelegd:
Het Gerechtshof heeft de eerste vraag negatief beantwoord en gaf daarom geen antwoord op de tweede vraag.
Eis
De VNG eiste het buiten werking stellen van de afschaffing van het gebruikersdeel OZB op woningen en de OZB-limitering en -maximering met ingang van 1 januari volgend op het rechterlijk vonnis (1 januari 2008). Deze eis is in hoger beroep afgewezen.
Geen cassatie
De VNG ziet af van cassatie. De uitspraak van het gerechtshof biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een (succesvole) cassatieprocedure.
Ook speelt mee dat een van onze eisen, de OZB-limitering, inmiddels is afgeschaft. Voortzetting van de procedure zou nog jaren duren.
Meer informatie
Eerder geplaatste stukken
De OZB wordt vanaf 2009 berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Tot nu toe werd gewerkt met eenheden van € 2500.
De nieuwe berekeningswijze laat duidelijk zien dat de OZB slechts over een klein percentage wordt geheven.
Bijvoorbeeld: het gemiddelde tarief voor woningen (eigenaren) bedraagt nu ± 0,0936%. De gemiddelde eigenarenaanslag OZB voor een woning met een gemiddelde waarde van € 233.000 (bron: Coelo-atlas) bedraagt dus € 218,08.
VNG-standpunt
De VNG heeft aangedrongen op deze wijziging in de Gemeentewet. De huidige heffing per € 2500 van de WOZ-waarde levert de gemeenten jaarlijks een hoop vragen op.
Omschakeling
De wijziging betekent voor gemeenten wel een omschakeling, maar deze blijft beperkt. Het vraagt slechts een eenvoudige aanpassing van de software, die niet leidt tot een verhoging van de belastingdruk voor burgers en bedrijfsleven.
De parlementaire behandeling wordt medio 2008 afgerond. Gemeenten hebben dus voldoende tijd voor de nodige administratieve aanpassingen.
Meer informatie
De Eerste Kamer stemde 11 december 2007 in met het wetsvoorstel tot afschaffing van de limitering op de OZB. Op een na hebben alle partijen in de Eerste Kamer het wetsvoorstel gesteund.
Gemeenten kunnen de OZB-tarieven per 1 januari 2008 zelf bepalen, zonder rekening te moeten houden met door het Rijk opgelegde maximale tarieven. Een meerderheid in de Eerste Kamer zag het wetsvoorstel
Bestuursakkoord
In het bestuursakkoord hebben het Rijk en de gemeenten afspraken gemaakt over de toekomstige bestuurlijke en financiële verhoudingen. Kern daarbij was meer beleidsvrijheid en meer financiële ruimte voor gemeenten. Meer gemeentelijke autonomie is een belangrijk onderdeel van het Bestuursakkoord dat het Rijk en VNG deze zomer sloten.
Macronorm
Ook is nu een macronorm ingesteld. Hiermee wordt de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid voor de collectieve lastendruk vastgelegd. De verwachting is dat de macronorm (3,75%) niet zal worden overschreden.
De OZB is een belasting die bij de burger apart op de deurmat valt. Die zichtbaarheid van de belastingen vormt gelijk ook een motivatie voor het lokale bestuur om verhogingen te beteugelen. De VNG heeft dan ook vertrouwen in een bescheiden lastenontwikkeling.
Tweede Kamer
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer plaatste de Kamer kanttekeningen bij de noodzaak voor en de uitwerking van de macronorm: de ‘goede’ gemeenten mogen niet lijden onder de 'kwade'.
Inwerkingtreding
De afschaffing van de limitering OZB is bij wet vastgelegd op 12 december 2007: Stb. 570. De inwerkingtreding is 29 december 2007..
Meer informatie
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de drempeltarieven onroerendezaakbelastingen voor 2007 officieel vastgesteld. De drempeltarieven waren eerder al in de meicirculaire opgenomen. Het betreft de drempeltarieven genoemd in artikel 220f, derde lid, van de Gemeentewet.
De drempeltarieven zijn als volgt:
|
Drempeltarief 2007 |
Drempeltarief 2006 | |
|
OZB gebruikersdeel op niet-woningen |
€ 2,42 |
€ 2,45 |
|
OZB eigenarendeel op woningen |
€ 2,34 |
€ 2,43 |
|
OZB eigenarendeel op niet-woningen |
€ 3,00 |
€ 3,04 |
Zie ook: Staatscourant 21 november 2006, nr. 227 / pag. 17
Door het amendement-De Pater-Van der Meer kan de OZB-aanslag niet-woningen worden verminderd met het percentage van de waarde van de onroerende zaak dat in hoofdzaak als woonruimte dient. In 2006 kan de gemeente de aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderen. Vanaf 2007 moet de vermindering in de aanslag worden verwerkt. Gemeenten worden door BZK voor de inkomstenderving gecompenseerd.
Eind januari heeft de minister van BZK alle gemeenten per brief verzocht om inzicht te geven in de inkomstenderving over 2006. Om gederfde inkomsten en compensatie goed te laten aansluiten, is gekozen voor een integratie-uitkering. Conform het bestuurlijk akkoord van 4 april is in de Septembercirculaire 2006 opgenomen dat er € 25 miljoen structureel beschikbaar is.
De totale integratie-uitkering voor 2006 is vastgesteld op 23,5 miljoen euro. Circa 15 gemeenten krijgen in 2006 geen integratie-uitkering, omdat van deze gemeenten geen opgave is ontvangen (uiterste opgavedatum was 31 augustus) of doordat deze gemeenten het amendement in 2006 niet toepassen.
Gemeenten die vanaf 2007 inkomstenderving hebben kunnen tot uiterlijk 28 februari 2007 hun inkomstenderving opgeven bij het ministerie van BZK (per mail naar postbus.gf@minbzk.nl). Voor de overige gemeenten is de integratie-uitkering in 2007 gelijk aan die van 2006. Deze gemeenten hoeven geen nieuwe opgave te doen.
Juridische grondslag
Artikelen 220 t/m 220h van de Gemeentewet.
Belastbaar feit
Belastingplichtige
Maatstaf van heffing
Peildatum
|
voor het kalenderjaar 2010 |
1 januari 2009 |
|
voor het kalenderjaar 2009 |
1 januari 2008 |
|
voor het kalenderjaar 2008 |
1 januari 2007 |
|
voor het kalenderjaar 2007 |
1 januari 2005 |
|
voor de kalenderjaren 2005 t/m 2006 |
1 januari 2003 |
|
voor de kalenderjaren 2001 t/m 2004 |
1 januari 1999 |
Tarief
De belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Differentiatie mogelijk tussen eigenaren- en gebruikerstarief niet-woningen en tussen woningen en niet-woningen.
Vrijstellingen
Overige informatie
Modelverordening
Een nieuwe wet maakt het mogelijk dat GSB-steden en 100.000+-gemeenten tijdelijk hun onroerende-zaakbelastingen en belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten van kleinschalige bedrijven kunnen verminderen.
Met het oog op de versterking van het vestigings- en investeringsklimaat voor ondernemingen kunnen 100.000+-gemeenten en alle GSB-steden (grotestedenbeleid) tijdelijk in specifieke wijken de onroerende-zaakbelastingen en de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten van kleinschalige bedrijven verminderen tot maximaal nihil.
Met deze en andere maatregelen hoopt de regering bij te dragen aan verbetering van het ondernemingsklimaat en de bedrijvigheid.
De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek is op 29 december 2005 in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2005, 726) en op 30 december 2005 in werking getreden.