Werkgevers en vakorganisaties in de sociale werkvoorziening hebben 10 oktober verder overleg gevoerd over de cao. Het overleg verliep in een goede en open sfeer. Tegelijkertijd liggen de standpunten nog ver uiteen.
Vakorganisaties hebben herhaald dat zij inzetten op een structurele loonsverhoging. Werkgevers hebben aangegeven het allereerst te willen hebben over een structurele herziening van de huidige pensioenregeling en de vaststelling van de pensioenpremie 2013. De voorstellen van werkgevers hiervoor zijn op hoofdlijnen besproken. Afgesproken is om in een gezamenlijke werkgroep de wederzijdse opvattingen verder te verkennen. De prioriteit ligt bij de vaststelling van de pensioenpremie 2013. Afgesproken is dat op 12 en 20 november verder wordt overlegd.
Pensioenpremie 2013
Het pensioenfonds in de sociale werkvoorziening (PWRI) heeft sociale partners laten weten dat zonder aanvullende maatregelen de pensioenpremie in 2013 uitkomt op 20,04% van het salaris. In 2012 is de pensioenpremie 17,1 %, de jaren daarvoor lag het premieniveau stabiel op 16%. Van deze bijna 3% pensioenpremiestijging betalen werkgevers 2/3 en werknemers 1/3. Voor werknemers zou dat een daling van het netto-inkomen met ongeveer 1% betekenen. Voor werkgevers zou het een stijging van de loonkosten van ongeveer 40 miljoen betekenen, oftewel 1,65% van de loonsom.
Op basis van voorstellen van het pensioenfonds overleggen sociale partners over de mogelijkheden om te komen tot een lagere pensioenpremie voor 2013 dan de verwachte 20,04%.
Structurele herziening van de pensioenregeling
Werkgevers hebben vakorganisaties ook voorstellen gedaan om te komen tot een andere pensioenregeling. Werkgevers hebben een aantal argumenten om te pleiten voor herziening van de huidige pensioenregeling:
Werkgevers hebben voorgesteld te werken aan een nieuwe regeling waarmee het mogelijk blijft dat werknemers 2 jaar eerder dan de AOW-leeftijd met pensioen kunnen tegen 80% van het (gemiddelde) loon. Berekeningen laten zien dat de pensioenpremie dan naar 9,85% van het salaris kan. Dit komt overeen met een premie van ongeveer 20% van de pensioengrondslag, een percentage dat meer gebruikelijk is, ook bij aanverwante beroepen.
Een lagere premie betekent een hoger netto loon voor de mensen in de sociale werkvoorziening. Medewerkers die extra pensioen willen sparen kunnen dat zelf regelen. In bijgevoegde pensioen factsheet zijnde argumenten van werkgevers en de effecten van de voorstellen op pensioen en loon verder toegelicht. In bijgevoegde factsheet zijn de voorstellen van de werkgevers verder toegelicht.
Meer informatie