Wat zijn de met het raadslidmaatschap onverenigbare betrekkingen en verboden handelingen?

Op grond van artikel V 4 van de Kieswet wordt bij het onderzoek van de geloofsbrieven nagegaan of de benoemde geen met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult.

Voor het raadslid gelden de volgende incompatibiliteiten:

  • minister
  • staatssecretaris
  • lid van de Raad van State
  • lid van de Algemene Rekenkamer
  • Nationale ombudsman of substituut-ombudsman
  • Commissaris van de Koning
  • gedeputeerde
  • secretaris van de provincie
  • griffier van de provincie
  • burgemeester
  • wethouder
  • lid van de rekenkamer
  • gemeentelijk ombudsman of lid van de ombudscommissie
  • lid van een deelraad
  • lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente
  • ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan
    ondergeschikt.

Een raadslid mag wel ambtenaar van de burgerlijke stand zijn, of uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verrichten, of werkzaam zijn voor een school voor openbaar onderwijs. Een raadslid mag niet tevens politieagent zijn indien hij werkzaam is bij het korps in de politieregio waarvan de gemeente waar hij raadslid is, deel uitmaakt. De reden hiervan is dat hij als agent ondergeschikt is aan het gezag van de burgemeester in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Dat valt niet te rijmen met de bevoegdheid van de agent die hij heeft als raadslid om de burgemeester ter verantwoording te roepen over het door hem gevoerde beleid. Hierbij speelt ook mee of iemand werkzaam is bij een territoriaal of functioneel onderdeel.

Een raadslid mag gedurende een korte periode tevens wethouder zijn. Dat is het geval indien een zittende wethouder na de verkiezingen raadslid is geworden. Bij de collegevorming zal deze persoon, in het geval hij zou kunnen doorgaan als wethouder, moeten kiezen tussen het raadslidmaatschap en de functie van wethouder. De uitzondering heeft dus betrekking op de periode na verkiezingen dat de wethouder demissionair is.

Daarnaast zijn er ook verboden handelingen voor een raadslid. Deze zijn opgenomen in artikel 15 van de Gemeentewet. Als hiervan sprake is op het moment van aanvaarding van het raadslidmaatschap zal hiervoor een oplossing gezocht moeten worden door de benoemde voordat hij als lid kan worden toegelaten. Zo zal bijvoorbeeld een advocaat die werkzaam is in een geschil ten behoeve van de gemeente dan wel de wederpartij de zaak kunnen overdragen aan een collega. Tevens stelt de raad voor zijn leden een gedragscode vast (conform artikel 15, derde lid, Gemeentewet), waarin bijvoorbeeld wordt aangegeven welke nevenfuncties wel of niet aanvaardbaar zijn.

Artikel 13 en 15 van de Gemeentewet