Huisjesmelkerij, overbewoning en het steeds weer rouleren van nieuwe groepen arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa zetten de leefbaarheid in een aantal toch al zwakke stedelijke wijken onder druk. Gemeenten krijgen daarom binnenkort hulp van het rijk bij het in goede banen leiden van de huisvesting en inburgering van deze groep. Hiervoor worden een kennisnetwerk en een praktijkteam opgericht.
Het kennisnetwerk gaat gemeenten ondersteunen bij het invullen van hun verantwoordelijkheid voor het huisvestingsbeleid van de zogenoemde MOE-landers. Het praktijkteam zal in het verlengde hiervan gemeenten en werkgevers met advies bijstaan. Het gaat daarbij onder meer om zaken als de vrijwillige inburgering en initiatieven rond inburgering op de werkvloer.
Tijdelijke huurders
Uit onderzoek blijkt dat de overlast vooral komt van huurders die kortstondig ergens verblijven en parkeeroverlast, geluidshinder en verloedering door afval met zich meebrengen. De arbeidsmigranten die permanent woonruimte huren zorgen niet voor problemen.
Groter aanbod tijdelijke woonruimte
Een manier om de overlast aan te pakken, is het vergroten van het aanbod van tijdelijke passende woonruimte. Door wetswijzigingen kunnen gemeenten makkelijker toestaan dat gebouwen met een niet-wonenfunctie, zoals kantoorpanden of oude hotels, geschikt worden gemaakt voor het verblijf van tijdelijke werknemers.
Ook moet er een groter aanbod van huisvesting komen in de land- en tuinbouwgemeenten, de plek waar arbeidsmigranten vaak werken. Zo worden de stedelijke wijken ontlast.
Meer informatie
Op de website van VROM vindt u bij het dossier Integratie een overzicht van mogelijkheden die gemeenten hebben om de komst MOE-landers in goede banen te leiden.