De volgende workshops werden gehouden
Ontwikkelingsdomeinen Opbrengstgericht werken? Hoezo?
De term 'Opbrengstgericht werken' gaat ook steeds meer leven in de voorschoolse voorzieningen (kinderdagopvang en peuterspeelzalen). Voor het onderwijs betekent dit dat leerkrachten steeds meer gebruik maken van leerling gegevens en leeropbrengsten van kinderen om hun onderwijs zo goed mogelijk aan te kunnen laten sluiten bij het niveau en de mogelijkheden van het kind.
De workshop werd verzorgd door Gäby van der Linde (SLO) en Anneke Noteboom (SLO).
Toezicht op VVE door de onderwijsinspectie
In 2010 wordt de OKE wet van kracht. In deze wet staat dat de onderwijsinspectie toezicht gaat uitvoeren op de kwaliteit van de voorschoolse educatie. Concreet houdt dit in dat
op de kwaliteit van VVE in de voorscholen en op de VVE in de peuterspeelzalen en kinderdagverblijven wordt toegezien.
Bij elke gemeente met VVE locaties wordt eerst een zgn. bestandsopname gemaakt: iedereen komt dus aan de beurt. In de jaren daarna schakelt de inspectie over op het zogenaamde signaalgestuurde toezicht.
De workshop werd verzorgd door Dré van Dongen, projectleider VVE van de onderwijsinspectie
Kwaliteit geïnspecteerd! Inspectie in de praktijk
Met de invoering van de Wet OKE komt er voor peuterspeelzalen en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), een landelijk kwaliteitskader, waarop toezicht wordt gehouden door de Onderwijsinspectie. Harmonisatie van wet- en regelgeving tussen kinderdagverblijven en peuterspeelzalen is een proces om uiteindelijk te komen tot één integraal systeem voor 0 – 4 jarigen met een goede aansluiting op het vroegschoolse stelsel.
De inspectie van het Onderwijs bezocht in Arnhem per wijk de peuterspeelzaal, het kinderdagverblijf en groep 1 en 2 van de basisschool.
Suggesties uit de praktijk.
Kwaliteitseisen Inspirerende medewerkers voor kinderopvang en peuterspeelzaal: tussen wens en realiteit
Vanzelfsprekend wenst iedereen inspirerende medewerkers voor de opvang en educatie van jonge kinderen. Medewerkers die ervoor zorgen dat alle kinderen de kans krijgen zich optimaal te ontwikkelen. Maar kinderen verschillen wat betreft milieu, aanleg, motivatie en interesse. Dat betekent dat medewerkers moeten kunnen omgaan met al deze individuele, sociale en culturele verschillen. Een cruciale factor hierbij is taal. De vraag is hoe pedagogisch medewerkers op het MBO op hun taak in de kinderopvang en de peuterspeelzaal worden voorbereid. Daarvoor zijn er kwaliteitseisen gesteld vastgelegd in kwaliteitsdossiers en competenties. De vraag is of deze kwaliteitseisen toereikend zijn. Vervolgens is het de vraag hoe deze kwaliteitseisen zich verhouden tot de inmiddels ingestelde referentieniveaus voor taal (Commissie Meijerink).
De workshop werd verzorgd door Dr. Mieke Smits Stichting Leerplan Ontwikkeling Nederland en Reneé Formee, ROC Koning Willem I, Den Bosch
Monitoring V(V)E opbrengsten VVE-pilot “Moelejaan” Zuid Limburg; regiodekkende monitoring
Er zijn 16 Gemeenten in Zuid Limburg die participeren in de VVE pilot Zuid Limburg. Doel is om een 100% aanbod te realiseren, voor de doelgroep, gebaseerd op de volgende uitgangspunten: groepsgrootte 1:16, een erkende VVE methode, twee professionele leidsters per groep geschoold in voornoemde methode. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de doorgaande lijn naar het basisonderwijs, versterking van de toeleiding middels samenwerking met de JGZ en het versterken van de ouderbetrokkenheid. In totaal zijn in de pilot periode 56 extra VVE groepen gerealiseerd.
Onderdeel van de pilot is een onderzoek naar de resultaten. Daaraan nemen alle gemeenten in de hele regio deel; alle besturen voor primair onderwijs in de regio steunen de effectevaluatie. Op die basis verstrekten 98% van alle basisscholen in Zuid Limburg toetsgegevens en werkten mee aan ouderenquêtes in de groepen één, twee en drie en 79 van de basisscholen in groep acht. Intussen worden ook bij vrijwel alle peuterspeelzalen in de regio (VVE en niet VVE) toetsgegevens ingezameld en de ouders geënquêteerd.
Dit heeft vooralsnog geresulteerd in een regiodekkend beeld van basisschoolleerlingen op o.a. de volgende items: wel/geen VVE, gewichtenregeling versus SES (Sociaal Economische Status), gesegregeerd schoolgaan, schoolpubliek impulsgebieden versus geen impulsgebieden, effectiviteit scholen (CITO eindtoets gecorrigeerd naar publiek en non-verbaal IQ). Bevindingen worden teruggerapporteerd naar directievergaderingen per schoolbestuur.
De workshop werd verzorgd door H. Cox projectcoördinator VVE pilot Zuid Limburg.
Vroegschoolse educatie Gevolgen wet OKE voor VVE op basisscholen
De wet OKE gaat niet alleen over harmonisatie en over peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Minder in beeld is dat er ook gevolgen zijn voor de uitvoering van VVE op basisscholen. Gemeenten en scholen worden verplicht afspraken over de resultaten van vroegschoolse educatie te maken. Welke afspraken kunnen gemaakt worden? Wat zijn de juridische gevolgen als deze niet worden nagekomen? Wie bepaalt of de afspraken afdoende zijn nagekomen? De resultaten van vroegschoolse educatie zijn natuurlijk ook afhankelijk van het voorschoolse aanbod dat eraan voorafgaat. Wat voor gevolgen hebben resultaatafspraken voor de verhoudingen van scholen met hun toeleveranciers: peuterspeelzalen en kinderdagverblijven? Wordt de doorgaande lijn nog belangrijker?
De workshop werd verzorgd door Ron Davids, beleidsadviseur Bond KBO en Wendy de Geus, projectleider bij Oberon.
Combinatiefuncties onderwijs, opvang, sport en cultuur
Sinds 2008 is de Impuls Brede Scholen van start gegaan. Rijk en gemeenten financieren gezamenlijk en structureel combinatiefuncties. Uiteindelijk moet er zo"n 2500 van dergelijke functies worden gerealiseerd in 2012. De combinatiefuncties komen tot stand door samenwerking van de scholen met kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, sportclubs en cultuurinstellingen.
In de workshop is uit de doeken gedaan hoe op lokaal niveau de combinatiefuncties kunnen worden ingevoerd. Naast de procedurele en financiële kanten kwam ook het werkgeverschap uitvoerig aan de orde. De combinatiefunctie kan een grote toekomst krijgen vooral als onderwijs en opvang verder gaan samenwerken.
De workshop werd verzorgd door Ron Davids, lid landelijke projectgroep invoering combinatiefuncties onderwijs.
Harmonisatie in de praktijk voor peuterspeelzaal- en kinderopvangaanbieders
In deze workshop kwamen alle praktische consequenties aan bod waar peuterspeelzaal- of kinderopvangaanbieders mee te maken krijgt als ze gaan harmoniseren.
De volgende onderwerpen kwamen aan bod:
• De Wet OKE en de Wet Kinderopvang
• De groepsgrootte en de leidster/kindratio
• De organisatie van de groepen
• De consequenties voor personeel (o.a. werktijden/taakuren, verschillen CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening en CAO Kinderopvang)
• De financiële consequenties (personeelskosten, uurtarieven, ouderbijdragen en gemeentesubsidies) ervaringen uit de praktijk
De workshop werd verzorgd door Angelique de Leeuw, consultant Buitenhek Management & Consult .
Samenwerking binnen het gemeentelijk jeugdbeleid om de startcondities van peuters te verbeteren
Deze workshop gaf inspiratie en tools om de samenwerking binnen de voorschoolse voorzieningen mogelijk te maken door middel van een goedwerkend voorbeeld uit de Noordoostpolder waarbij het consultatiebureau, peuterspeelzaal en Opstapje ( gezinsgericht vve programma) optimaal samenwerken!
Vanaf de indicatie is een doelgroeppeuter in beeld, afhankelijk van de zorgvraag. In de NOP is er een nauwe samenwerking tussen consultatiebureau (indicatie), welzijnsinstelling (programma opstapje) en de peuterspeelzaal. Elk vertelt afzonderlijk welke taak de organisatie heeft en op welke manier er wordt samengewerkt. De peuter staat centraal en zorg wordt afgestemd op de behoefte. Op de speelzaal heeft de interne begeleiding hier een grote rol in. Met elkaar willen we de startcondities verbeteren. Er is veel aandacht voor de overdracht naar de basisschool. Indien nodig wordt deze al vroeg in het proces betrokken.
De workshop werd verzorgd door Ina van ’t Wel, coördinator Opstapje Carrefour welzijnsgroep Noordoostpolder, Alie van Wijngaarden, teammanager jeugdgezondheidszorg NOP/Urk en Rianne Spies, manager peuterspeelzalen, Stichting Peuterspeelzalen Noordoostpolder (SPN)
Interne zorgstructuur in de kinderopvang
Om jonge (zorg)kinderen een passende begeleiding bij hun ontwikkeling te bieden is het van belang dat peuterspeelzalen en kinderdagverblijven een goede interne zorgstructuur hebben. Hoe signaleert men bijvoorbeeld zorgkinderen? Wat is de aanpak? Wat noteert men? Hoe betrekt men de ouders er bij? Dit zijn allemaal vragen die komen kijken bij het vormgeven van de (interne) zorgstructuur.
De CED groep heeft voor de gemeente Rotterdam een aantal projecten uitgevoerd en werkwijzen ontwikkeld om op gestructureerde wijze te werken aan de invulling van de interne zorgstructuur waarbij ook aandacht is voor samenwerking met en overdracht naar partners als: voorschoolse voorzieningen, ouders, onderwijs en zorg.
De workshop werd verzorgd door Lonneke van Dijk, projectleider Jonge Kind bij de unit onderzoek en ontwikkeling van de CED groep.
Kosten van harmonisatie Verlengde peuteropvang
Veel ouders die hun peuter naar de peuterspeelzaal brengen combineren dat met informele opvang: de buurvrouw haalt het kind op bij de speelzaal waar de moeder het vervolgens een uurtje later ophaalt. Deze ouders zouden geholpen zijn met verlengde openingstijden van de peuterspeelzaal. Als beide ouders werken kunnen ze een beroep doen op de kinderopvangtoeslag. Ligt hier een nieuwe mogelijkheid voor de peuterspeelzaal: nieuwe diensten en een nieuwe financieringsbron?
Kun je de reguliere peuterspeelzaal combineren met verlengde peuteropvang? Onder welke condities is het mogelijk met geïntegreerde groepen te draaien en aan de kwaliteitsvereisten te blijven voldoen?
De workshop is verzorgd door Chris Posma, adviseur Syneff Consult en Theo Blom, adviseur JSO
Praktijkvoorbeeld. Door samenwerking ontwikkelingskansen bij jonge kinderen vergroten in Roermond
In deze workshop werd nader ingegaan op de samenwerking tussen de kinderopvanginstelling Stichting Kinderopvang Roermond en de gemeente Roermond. De gezamenlijke doelstelling van deze samenwerking is het volgen van de ontwikkeling van zeer jonge kinderen en het investeren in deze ontwikkeling, waardoor de kinderen een goede start kunnen maken in het basisonderwijs. Daar waar nodig wordt extra zorg ingezet, maar ook de ouders worden nadrukkelijk betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. Er wordt ingezet op professionaliteit van de medewerkers van de kinderopvanginstelling (SKR) en een goede samenwerking met instellingen die een rol spelen binnen de opvoedingssituatie van jonge kinderen.
De workshop werd verzorgd door Annet van der Veer, beleidsmedewerker Welzijn gemeente Helmond, Huub van Helden, bestuurder Kinderopvang Helmond en Lilian Thomassen, locatiemanager peuterspeelzalen Kinderopvang Roermond.
Praktijkvoorbeeld. Regie bij realisatie Kindcentra 0-13: praktijkvoorbeeld uit 's-Hertogenbosch
In ’s-Hertogenbosch is de ontwikkeling ingezet naar Kindcentra 0-13, waarbij de combinatie van een geïntegreerde voorschoolse voorziening, primair onderwijs, TSO en BSO uitgangspunt is. In de Kindcentra 0-13 wordt een ononderbroken ontwikkelingslijn gerealiseerd voor alle jongeren van 0 tot 13 jaar.
In de periode 2010-2014 wordt intensief ingezet op de integratie van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Bij het proces om te komen tot Kindcentra 0-13 zijn verschillende partijen betrokken: de gemeente, de kinderopvang, het peuterspeelzaalwerk en het primair onderwijs. De gemeente voert de regie, maar hoe wordt die regierol ingevuld? Nodigt de gemeente alle betrokken partijen uit om mee te denken over de visie op kindcentra? Op welke onderdelen bij de invulling van de kindcentra trek je je terug als gemeente en laat je de partijen onderling uitgangspunten vaststellen? De gemeente wil geen blauwdruk opleggen aan het veld, maar wil dat partijen onderling per kindcentrum tot een goede samenwerking en afstemming komen. De uitvoering ligt in handen van het veld, maar sommige partijen hebben ten opzichte van anderen een voorsprong in de onderlinge samenwerking. Een te nadrukkelijke regierol heeft het nadeel dat partijen zich gedwongen voelen om een concept te realiseren waar zij niet achter staan. Dan gaan de hakken in het zand, het proces vertraagt. Maar ook een regierol meer op afstand kan kritiek opleveren, doordat de ene partij vindt dat de andere partij dan een te dominante rol inneemt in het proces. Kortom, ieder moment in het proces vraagt om een andere invulling van de regie.
De workshop werd verzorgd door Sandra van Wersch, beleidsmedewerker afdeling jeugd & onderwijs, gemeente ’s-Hertogenbosch en Jan Timmers, voorzitter College van Bestuur Signum Onderwijs.
Praktijkvoorbeeld. Harmonisatie in de gemeente Oss: Krachten bundelen voor gelijke kansen
In deze workshop staat de wijze waarop de gemeente Oss de harmonisatie van peuterspeelzalen kinderdagverblijven vorm geeft centraal. Er wordt ingegaan op het interactieve beleidsproces en de samenwerking met betrokken partijen, de visie en beleiddoelstellingen en het gekozen harmonisatiemodel. De gemeente Oss kiest voor volledige harmonisatie van de kwaliteitseisen, de financiering van en het toezicht over kinderdagverblijven en peuterspeelzalen.
Dit model combineert de sterke kanten van het peuterspeelzaalwerk, waaronder ontwikkelingsstimulering en Voor- en Vroegschoolse Educatie met de sterke kanten van de kinderopvang, waaronder opvang en het financieringsstelsel. De verschillen tussen de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk worden zoveel mogelijk opgeheven, waardoor de drempels voor deze voorzieningen worden weggenomen om in de toekomst verder naar elkaar toe te groeien.
De workshop werd verzorgd door Chris Ermers, wethouder gemeente Oss, en Emine Yildirim, beleidsmedewerker Jeugd- en onderwijsbeleid gemeente Oss.
Praktijkvoorbeeld. SpraakMakend. Een taalpilot 0-4 jaar in tijden van krimp, vergrijzing, ontgroening, bezuinigingen en Wet OKE in Oost Groningen
SpraakMakend is een taalpilot van het Ministerie van OCW, de provincie Groningen en 7 Oost Groninger gemeenten. Er wordt extra geïnvesteerd in toeleiding naar voorschoolse voorzieningen, taalprogramma’s, deskundigheidsbevordering, leesstimulering en in de zorgstructuur rond voorschoolse voorzieningen. De meeste gemeenten hebben ook te maken met krimp, vergrijzing, ontgroening, bezuinigingen en de Wet OKE. Binnen de gemeente Stadskanaal is Welstad een brede welzijnsinstelling die 8 peuterspeelzalen exploiteert. Deze zalen worden bedreigd in hun bestaansrechts als er geen gerichte actie wordt ondernomen. Daarom heeft Welstad verschillende scenario’s voor samenwerking in onderzoek: met kinderopvang, met basisscholen, verlengde dagdelen op peuterspeelzalen, ontwikkeling kindcentrum. Onderliggende vraag: gaan we samenwerken of concurreren?
Welstad wil de specifieke doelstellingen van peuterspeelzaalwerk overeind houden omdat peuterspeelzaalwerk onderdeel is van integraal wijkgericht werken, waarmee de leefbaarheid voor kinderen en hun omgeving versterkt wordt.
In de workshop is zowel aandacht voor het project SpraakMakend als de scenario’s van Welstad.
De workshop werd verzorgd door Henny Luppes, Manager Stichting Welstad en Arthur de Jong, Projectcoördinator SpraakMakend
Praktijkvoorbeeld. Harmonisatie in de gemeente Rotterdam
Op twee niveaus, gemeentelijk en praktijkgericht werd belicht hoe de gemeente Rotterdam de harmonisatie van peuterspeelzalen en dagopvang vorm geeft. Het niveau van de gemeente gaat in op de visie van de gemeente ten aanzien van harmonisatie. Kort is ook ingegaan op hoe de wet OKE faciliteert in het proces van harmonisaties. De mogelijkheden, maar ook de onmogelijkheden van de wet voor de harmonisatie komen aan bod.
Binnen het tweede niveau, de praktijk, konden de deelnemers een kijkje in de keuken van Rotterdam nemen. Twee praktijklocaties deden uit de doeken hoe zij feitelijk aan het harmoniseren zijn. Hoe ze het personeel, de ruimtes, de ouders en inhoudelijk (programma VVE) gezien de werksoorten op elkaar afstemmen.
De workshop werd verzorgd door A. Venhar Colak, beleidsmedewerker Dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving Gemeente Rotterdam en B. Nadiya Madaya, beleidsmedewerker Dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving Gemeente Rotterdam
Segregatie. Samenwerking tussen kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
“Witte vlucht…”, een veelgebruikte term bij segregatie. Een (Brede) School zou een afspiegeling moeten zijn van de wijk, een veilige voorziening voor 0-12 jaar. De huisvesting in de wijk is primair de eindverantwoordelijkheid van de gemeente, waar de educatieve partners wel een advies over zouden kunnen uitbrengen. “Hoe maken de educatieve partners een goede analyse van het voedingsgebied van de school en de wijk?” en “Hoe vertalen zij dit in een goed aansluitend plan van aanpak om segregatie doeltreffend tegen te gaan?”
Onderwerpen:
Kansen zien en creëren om een gezamenlijk educatief programma aan te bieden
Tegengaan van segregatie
De workshop werd verzorg door Nelleke Veldhuizen/ PR en plaatsingsmedewerker PeuterSpeelzaalWerk Geldrop-Mierlo en Frank Montulet Teammanager PeuterPlaza
Segregatie. Kiezende ouders en de rol van Kinderopvang/peuterspeelzalen
Het segregerende effect van voorschoolse voorzieningen.
De intensieve samenwerking tussen peuterspeelzalen en onderwijs is ontwikkeld om kinderen meer kansen te geven. Wie met een taalachterstand het basisonderwijs binnen komt haalt dat niet meer in. De voorschoolse voorziening zorgt ervoor dat de startsituatie van alle kinderen in het onderwijs optimaal is. Tot zover het goede nieuws...
Door invoering van de nieuwe wet OKE hebben gemeenten een regierol bij het verzorgen van een goed voorschools aanbod voor alle jonge kinderen met een (taal) achterstand. Ervaring laat zien dat de voorschoolse voorziening in een aantal gemeenten de segregatie in het onderwijs heeft versterkt. Bij het schoolkeuzeproces worden scholen met een voorschoolse voorziening door ouders overgeslagen omdat ouders zich niet herkennen in de afspiegeling in de klas. Het ontstaan van ‘zwarte’ en ‘witte’ scholen is hierdoor versterkt.
Hoe kan dit onbedoelde segregerende effect voorkomen worden ?
De workshop werd verzorgd door Mirjam Berkhout, adviseur Kenniscentrum Gemengde Scholen.
Andere dagindeling. Het is tijd voor nieuwe tijden
De school is al lang geen solitaire voorziening meer. Kinderen leren binnen èn buiten de muren van de klas. Ook opvoeden is meer en meer een gedeelde verantwoordelijkheid geworden. Toch is onze pedagogische infrastructuur nog zeer versnipperd. Kan dat niet beter, handiger, slimmer worden georganiseerd? Nieuwe concepten als integrale kindcentra zien het licht; koplopers van vernieuwing werken eraan.
Het project Andere Tijden ondersteunt basisscholen en kinderopvangorganisaties in het gezamenlijk aanbieden van een eigentijds dagarrangement. De `tijden van de dag’ zijn daarvoor een concreet aanknopingspunt. In de workshop werden nationale en internationale praktijkvoorbeelden van een integrale aanpak gepresenteerd.
De workshop werd verzorgd door Anki Duin, projectleider Andere Tijden in onderwijs en opvang.
Financiële modellen. Praktische oplossingen voor invoering Wet OKE in gemeenten
Veel gemeenten zijn een eind gevorderd met beleid- en uitvoeringsaanpassingen rond de invoering van de Wet OKE en ervaren daarbij vaak dezelfde frictieproblematiek. Welke (3) basis toekomstscenario’s zijn er voor het gemeentelijk beleid rond peuterspeelzaalwerk en VVE? Voor welk scenario kiest uw gemeente en waarom en welke gemeenten kunnen dan als inspiratiebron dienen? Hoe reageert kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en onderwijs op uw implementatievoorstellen en welke argumenten zijn nu écht van belang? Welke frictieproblematiek ontstaat er bij uitvoerders en hoe kunt u als gemeente de overgangsproblemen beperken.
De volgende onderwerpen kwamen aan bod:
• Wet OKE: toekomstscenario’s van peuterwerk in uw gemeente
• Subsidievarianten voor VVE
• Harmonisatie van de ouderbijdragentabel
• Gemeentelijk budget voor kinderen die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag of niet?
• Financiële consequenties voor gemeenten
• Ervaringen uit de praktijk
De workshop werd verzorgd door Ed Buitenhek. Ed Buitenhek (1967) is consultant bij het gelijknamige gespecialiseerde bureau in Utrecht. Hij is betrokken bij diverse gemeentelijke voorbereidingstrajecten rond de Wet OKE en is medeauteur van de Handreiking Harmonisatie Voorschoolse voorzieningen voor gemeenten (VNG, 2010).
Lokaal Educatieve Agenda WET OKE en de LEA: het jaarlijks overleg en de doorzettingsmacht
De Wet OKE geeft nieuwe spelregels voor het jaarlijks overleg tussen gemeenten, schoolbesturen, kinderopvang en peuterspeelzaalorganisaties (de LEA). Er moeten vanaf 1 augustus over VVE afspraken gemaakt worden met elkaar en de gemeente krijgt beperkte doorzettingsmacht om haar wettelijke taken te kunnen uitvoeren.
Tijdens het eerste deel van de workshop stond kennisoverdracht over de wetswijzigingen in relatie tot bestuurlijke verhoudingen en doorzettingsmacht centraal. In het tweede interactieve deel werd met behulp van acteurs, ingegaan op de gevolgen van de wetswijzigingen voor het bestuurlijk overleg.
De workshop werd verzorgd door Marco Zuidam, adviseur Oberon, Huib Zeevenhooven, trainer, Zeevenhooven Advies en Michiel Zeegers, trainer/acteur, Zeevenhooven Advies.
GGD Inspectie Wijzigingen in de inspectie? Toelichting door GGD Nederland.
De wet OKE treedt vanaf 1 augustus a.s. in werking maar wat betekent dat in de praktijk? De GGD heeft alvast een aantal relevante vragen op een rijtje gezet:
Wat kan een peuterspeelzaal verwachten als de GGD-inspecteur op bezoek komt?
Wat verwacht de inspecteur ter voorbereiding op de inspectie van een peuterspeelzaal?
Hoe ziet zo’n inspectie er vervolgens uit in de praktijk?
Wat is het doel van de inspectie?
Welke consequenties kunnen de oordelen in het inspectierapport hebben?
Wat verandert er op het gebied van kwaliteitseisen?
De workshop werd verzorgd door Femke Kolsteren, projectmedewerker kwaliteit kinderopvang GGD Nederland