Preventie moet hoger op de politieke agenda

11.06.2010
print mailTwitter

Het is lastig om preventiebeleid stevig op de kaart te zetten omdat veel politici liever op korte termijn een succes boeken dan op lange. Aldus Niek Klazinga, hoogleraar sociale geneeskunde aan de UvA en voorzitter van de Nederlandse Public Health Federatie in dagblad Trouw.

Klazinga ondersteunt het pleidooi van de VNG om 1,5 tot 2% van de AWBZ-gelden structureel te reserveren voor preventieprogramma’s. Meestal worden ze uitgevoerd door gemeenten en GGD’en, maar zijn ze slechts tijdelijk gefinancierd.

Meer inzetten op preventie
De overheid moet volgens Klazinga meer inzetten op preventie en de ziektekostenverzekering moet een gezondheidsverzekering worden. ‘Programma’s die aanhaken op risicofactoren moeten, als ze effectief zijn, worden vergoed.'

Noodzakelijke maatregelen blijven uit
De hoogleraar vindt dat noodzakelijke maatregelen uitblijven. De prijzen van alcohol, tabak en ongezonde voeding zouden omhoog moeten. Net als de leeftijd voor de supermarktverkoop van alcohol. Die moet volgens Klazinga van 16 naar 18 jaar.

Gezondheidswinst ligt voor het grijpen
Volgens Klazinga ligt gezondheidswinst voor het grijpen. Daarvoor is echter wel een echte minister van volksgezondheid voor nodig. Tot nu toe waren de ministers van VWS volgens Klazinga vooral ministers van gezondheidszorg.

Meer informatie



Terug
  • VNG Postbus 30435 2500 GK Den Haag
  • 070-373 83 93