Tijdens de behandeling van de wetsvoorstellen over de wijzigingen in de Appa-uitkering in de Eerste Kamer heeft staatssecretaris Bijleveld opgemerkt dat ook voor wethouders die nu aftreden en niet worden herbenoemd in een nieuw te vormen college het loopbaanprincipe bepalend is voor de vaststelling van de duur van de uitkering.
Dit is vooral van belang voor wethouders die eerder Appa-functies hebben vervuld in een andere gemeente of een andere bestuurslaag. Denk daarbij aan ‘wethouders van buiten’, oud-gedeputeerden, oud-Kamerleden, oud-dijkgraven, oud-hoogheemraden, oud-burgemeesters en zelfs oud-bewindspersonen.
Diensttijd
Die diensttijd moet dan wel nagenoeg of helemaal aaneensluitend zijn met het huidige wethouderschap. Of de oude diensttijd wordt meegeteld vloeit voort uit artikel 132, eerste lid, tweede volzin van de Appa. De onderbreking mag niet groter zijn dan het eenzesde deel van de totale diensttijd vóór en na de onderbreking tot op de dag nauwkeurig vastgesteld.
Enkele voorbeelden om dit te illustreren: