Hoogleraren roepen op tot open en frisse blik op inburgering

17.02.2009
print mailTwitter

Twee hoogleraren, professor Entzinger en professor Groenendijk, hebben onderzocht waarom de Wet inburgering niet succesvol is. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat minstens drie van de uitgangspunten die onder de Wet liggen, onjuist zijn. Met als gevolg een averechts effect op de integratie.

Minister Van der Laan van WWI heeft in een brief aan de Kamer de stand van zaken bij het inburgeringsbeleid op een rijtje gezet. In die brief worden tevens nieuwe maatregelen aangekondigd. Dit was voor de professoren Entzinger en Groenendijk reden om de Tweede Kamer ook hun standpunt te laten weten.

Onjuiste uitgangspunten
Ze laten zien dat de grondslag van de Wet inburgering op ten minste drie punten onjuist is. Ze vrezen dat daardoor eerder minder dan meer mensen hebben meegedaan aan de inburgeringscursussen. De onjuiste uitgangspunten zijn volgens de schrijvers:

  1. De gedachte dat immigranten de Nederlandse taal niet willen leren als ze niet gedwongen worden
  2. De aanname dat de meeste immigranten kunnen gedwongen worden om inburgeringscursussen te volgen
  3. Het uitgangspunt dat cursisten zelf schuldig zijn als ze niet voor het inburgeringsexamen slagen

Vrijwillig
Ook de VNG is van mening dat een hernieuwde nadruk op dwang en drang in de discussie over inburgering het inburgeringsproces niet helpt. Het schaadt het imago van inburgering als een traject waar de inburgeraar zelf óók iets aan heeft.

Veruit de meeste mensen met een inburgeringsbehoefte kunnen niet verplicht worden om in te burgeren. Een positieve toon van verleiding zou dan ook passender zijn.

De minister heeft stevige cijfermatige ambities op het punt van inburgering. Om die te kunnen realiseren, moeten de komende jaren vooral grote aantallen vrijwillige inburgeraars worden gevonden.

Oproep
Inburgering moet iets worden wat de inburgeraar zelf wil en niet iets wat moet van de overheid. De VNG roept de Kamer op om samen met de minister te bezien hoe je dat zou kunnen realiseren.

Het aanbieden van een alternatief inburgeringstraject aan wie niet aan de exameneisen kan voldoen (denk aan oudkomers zonder noemenswaardige vooropleiding) zou een goed begin zijn. De mogelijkheid om af te zien van de eigen bijdrage werkt daar ook aan mee.

Gemeenten staan zij aan zij met de minister om de inburgeringsplichtigen aan hun verplichtingen te houden. Tegelijkertijd willen gemeenten hun aandacht en inspanningen richten op de veel grotere groep mensen die wél gemotiveerd is. Daarbij past een investering in het positieve imago van inburgering.

Meer informatie

Zie ook



Terug
  • VNG Postbus 30435 2500 GK Den Haag
  • 070-373 83 93