OZB

Toon de informatie over:  

MeningsvormingStandpunt VNGBeleid, wet- en regelgevingIn de praktijk



Macronorm OZB 3,5% in 2011

De macronorm voor het begrotingsjaar 2011 is vastgesteld op 3,5%. Dat betekent dat in 2011 voor alle gemeenten samen de opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) 3,5% meer mag zijn dan in 2010.

Dit blijkt uit de junicirculaire gemeentefonds 2010.

Inflatie + geraamde reële groei
Het percentage van 3,5 is de som van 1,75% inflatie volgens het Centraal Economisch Plan 2010 en de, overigens niet actuele, geraamde reële groei van 1,75% over de periode 2011-2015.

De macronorm voor 2010 bedraagt 4,3%

Meer informatie


Macronorm OZB 2012

In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (Bofv) van 11 mei 2011 is de macronorm voor het begrotingsjaar 2012 vastgesteld op 3,75% over € 3,063 miljard (de
OZB-opbrengst op basis van de gemeentelijke begrotingen 2011). Het percentage van 3,75% is opgebouwd uit een reële trendmatige groei van het BBP van 1,25% en een
inflatiepercentage van 2,5% (prijsontwikkeling Nationale Bestedingen op basis van het CEP2011).

In het Bestuursakkoord is afgesproken de grondslag van de macronorm te vereenvoudigen. Rijk en VNG zijn het eens om in dat kader de OZB-opbrengst jaar t-1 met ingang van 2012 als grondslag te gebruiken. In bovenvermelde macronorm is dit reeds verwerkt. In het Bofv van 11 mei 2011 is daarnaast door het Rijk voorgesteld om met ingang van 2012 het jaarlijkse groeicijfer van het BBP (op basis van het CEP jaar t-1) te
gebruiken in plaats van de reële trendmatige groei over de kabinetsperiode. Dit leidt tot een meer conjunctuurbestendige macronorm.

De VNG zal het voorstel in haar commissie Financiën bespreken. Bij een positief advies zal het percentage van de macronorm in de septembercirculaire 2011 worden bijgesteld.


Algemene informatie over de OZB

Juridische grondslag
Artikelen 220 t/m 220h van de Gemeentewet.

Belastbaar feit
op 1 januari van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak (eigenarenbelasting) op 1 januari van het kalenderjaar het gebruik krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht van een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient (gebruikersbelasting)

Belastingplichtige

  • de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak
  • de gebruiker krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht van de onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient

Maatstaf van heffing
De waarde ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ; zie www.wozinformatie.nl).

Peildatum

voor het kalenderjaar 2011 1 januari 2010

voor het kalenderjaar 2010

1 januari 2009

voor het kalenderjaar 2009

1 januari 2008

voor het kalenderjaar 2008

1 januari 2007

voor het kalenderjaar 2007

1 januari 2005

voor de kalenderjaren 2005 t/m 2006

1 januari 2003

voor de kalenderjaren 2001 t/m 2004

1 januari 1999


Tarief
De belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Differentiatie mogelijk tussen eigenaren- en gebruikerstarief niet-woningen en tussen woningen en niet-woningen.

Vrijstellingen

Er geldt een groot aantal wettelijke vrijstellingen op grond van de Wet WOZ, op grond van de Gemeentewet en op grond van de verordening (facultatief). Zie de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ en artikel 220d van de Gemeentewet.

Overige informatie

De OZB wordt door alle gemeenten in Nederland geheven. Per 1 januari 2006 is de gebruikersbelasting voor woningen afgeschaft.

Modelverordening

Er is een modelverordening onroerende-zaakbelastingen die is opgenomen in de losbladige uitgave Modelverordeningen gemeentelijke belastingen en de Databank VNG Modelverordeningen. Voor een abonnement kunt u contact opnemen met Sdu Uitgevers. Terug
  • VNG Postbus 30435 2500 GK Den Haag
  • 070-373 83 93